All posts by roos_dick

Termijn beëindiging pensioenopbouw in eigen beheer en waardeoverdracht verlengd tot 1 april 2017

Als het wetsvoorstel ‘Wet uitfasering pensioen in eigen beheer’ wordt aangenomen is het vanaf 1 januari 2017 voor een dga niet meer mogelijk om pensioen in eigen beheer op te bouwen. Reeds opgebouwde pensioenaanspraken mogen, indien gewenst, wel in eigen beheer blijven. Het is vanaf dat moment ook niet meer mogelijk om een extern verzekerd pensioenkapitaal naar eigen beheer over te dragen.

Dit betekent dat de dga vóór 1 januari 2017 de volgende stappen moet hebben genomen:

  • zijn pensioenregeling moet premievrij zijn gemaakt en/of
  • de pensioenovereenkomst met de vennootschap moet zijn aangepast,
  • het elders verzekerde pensioen eventueel overgedragen moet zijn aan de eigen BV.

Uit de praktijk zijn verschillende signalen gekomen dat de tijd om dit te regelen in veel gevallen te kort zal zijn.

Nota van wijziging

De Staatssecretaris van Financiën heeft de signalen opgevangen en een nota van wijziging gestuurd waardoor dga’s een extra periode van 3 maanden krijgen om de vereiste handelingen te verrichten. Het gaat hier concreet om uitstel voor de volgende acties:

  • het nemen van een aandeelhoudersbesluit dat de pensioenregeling premievrij wordt gemaakt en/of de pensioenregeling wordt aangepast;
  • waardeoverdracht van een extern pensioen naar eigen beheer.

Extra termijn voor waardeoverdracht

In de eerdere Nota naar aanleiding van het verslag had de staatssecretaris dga’s al meer tijd gegeven voor de waardeoverdracht van een extern verzekerd pensioen naar eigen beheer. In plaats van het oorspronkelijke vereiste dat de waardeoverdracht geheel moest zijn afgerond vóór 1 januari 2017, was het nu voldoende dat het verzoek vóór 1 januari 2017 bij de verzekeringsmaatschappij binnen was. In de onderhavige Nota van wijziging wordt de termijn voor de waardeoverdracht verlengd tot 1 april 2017. Vermoedelijk moet vóór 1 april 2017 wel de gehele waardeoverdracht afgerond zijn.

Extra termijn voor premievrijmaking

Tevens krijgt men langer de tijd om een aandeelhoudersbesluit te nemen dat de pensioenregeling eigen beheer premievrij wordt gemaakt dan wel wordt aangepast (bijvoorbeeld verdere opbouw bij een verzekeraar). Of hierdoor ook sprake is van 3 maanden langere pensioenopbouw in eigen beheer is op dit moment nog niet bekend. De staatssecretaris heeft aangekondigd dat dit nader zal worden uitgewerkt in een beleidsbesluit.

Delegatiebepaling

Deze wetswijziging wordt vormgegeven door aan het wetsvoorstel een delegatiebepaling toe te voegen op basis waarvan de termijn dat eigenbeheerlichamen nog als toegelaten pensioenaanbieders kunnen optreden kan worden verlengd. Een nadere uitwerking zal worden gegeven bij beleidsbesluit. Daarin zal ook worden bepaald hoe in deze extra periode wordt omgegaan met een (eventuele) doorlopende opbouw van de pensioenaanspraken tijdens deze periode en hoe in dat geval de afkoopwaarde bij keuze voor de variant ‘afkoop’ zal worden bepaald.

Nieuwe bijtellingsregeling 2017

In 2017 wijzigen de bijtellingsregels. De bijtelling, order die voorheen afhankelijk was van CO2-uitstoot, gaat voor een groot gedeelte van de auto’s die vanaf 1 januari 2017 op kenteken worden gezet naar 22%. Alleen de volledig elektrische auto’s worden nog belast met 4%*.

Twee bijtellingscategorieën

  • volledig elektrische auto’s worden belast met 4% bijtelling*
  • alle andere auto’s gaan in de periode van 2017 tot en met 2020 (en verder) naar één tarief van 22% bijtelling

* vanaf 2019 geldt de 4% bijtelling alleen over de eerste € 50.000,- van de cataloguswaarde van het voertuig. Alles hierboven wordt tegen 22% belast.

Schematisch ziet de overgang er als volgt uit:

Bijtelling Jaar
2016 2017 2018 2019 2020
0 gr/km 4% 4% 4% 4% 4%
1 t/m 50 15% 22% 22% 22% 22%
51 t/m 106 21% 22% 22% 22% 22%
> 106 25% 22% 22% 22% 22%

 

Overige wijzigingen: 

  • de aanschafbelasting (BPM) wordt stapsgewijs verlaagd naar 12% tot en met 2020
  • de motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt voor iedereen lager (m.u.v. oude diesels zonder roetfilter: deze worden duurder!)

Aftrekken van je huurkosten als zzp’er: hoe werkt dat?

Op 12 augustus 2016 maakte de Hoge Raad bekend dat een deel van de thuiswerkende zzp’ers met een huurwoning de huurkosten van de belasting mag aftrekken. Reden genoeg voor een hoop verwarring onder ondernemers, want: welke eisen zijn er aan verbonden en wat zijn de addertjes onder het gras?

Huur aftrekken als zzp’er
De uitspraak van de Hoge Raad volgde na een claim van een zzp’er in de bouw. Deze ondernemer deed onder andere zijn administratie, acquisitie en planning vanuit zijn werkkamer in zijn huurwoning, en gaf zijn huurkosten op als aftrekpost. Hoewel het Haagse gerechtshof dit eerder afwees, gaf de Hoge Raad in hoger beroep aan dat het huurrecht een vermogensrecht is en dus tot het ondernemersvermogen gerekend mag worden.

Goed nieuws voor thuiswerkende zzp’ers dus. Toch zijn er enkele belangrijke haken en ogen waar je rekening mee moet houden. Deze hebben we in dit artikel voor je op een rijtje gezet.

Wanneer mag je je huurkosten aftrekken?
Aan het aftrekken van je huur zijn een aantal eisen verbonden:

  • Je moet minimaal 10% van je tijd uit huis werken;
  • De werkkamer moet minimaal 10% van het totale woonoppervlakte uitmaken
  • En heel belangrijk: je dient het huurrecht te activeren als ondernemingsvermogen. Dit geef je aan als: je start met een onderneming, je een andere huurwoning betrekt of als de situatie ingrijpend verandert. Let op: je moet dus expliciet aangeven dat de huurwoning tot je ondernemingsvermogen behoort.

Op het laatste punt gaan we wat dieper in. Je kunt je huurwoning tot privé- of tot ondernemingsvermogen aanmerken. De keuze maak je dus als je begint met ondernemen, waarbij je minimaal 10% van de tijd in een werkkamer thuiswerkt die minimaal 10% van het woonoppervlakte beslaat. Of: je gaat verhuizen naar een andere woning, waarin je werkoppervlakte ook minimaal 10% van het woonoppervlakte beslaat en je minimaal 10% van je tijd thuiswerkt.

Ingrijpende verandering
Ook als er iets significants verandert in je werk-/woonsituatie kun je het huurrecht als ondernemingsvermogen rekenen. Wat moet er met ‘significant’ bedoeld? Voorheen werkte je bijvoorbeeld af en toe met de laptop op schoot vanuit huis, maar je hebt van één kamer in huis nu een werkkamer gemaakt. Deze werkkamer beslaat minimaal 10% van het woonoppervlakte. Of: voorheen werkte je nooit vanuit huis, je huurde bijvoorbeeld een kantoor elders, maar door omstandigheden kies je er nu voor te gaan werken vanuit het kantoor aan huis. Je werkt minimaal 10% van de tijd vanuit huis en het kantoor aan huis beslaat minimaal 10% van het woonoppervlakte.

Je kunt je huur dus NIET aftrekken als:

  • Je werkkamer minder dan 10% van het woonoppervlakte beslaat;
  • Je minder dan 10% van je tijd vanuit huis werkt (ook al is de werkkamer meer dan 10% van je woonoppervlakte);
  • Je al een aantal jaar vanuit huis werkt, maar je de huurwoning niet hebt aangemerkt als ondernemingsvermogen. Je hebt je huurrecht dus niet geactiveerd.

Rekenvoorbeeld
Maar hoe zit dat fiscaal? Aan de hand van een rekenvoorbeeld proberen wij dit uit te leggen.

Stel: je hebt een webwinkel. Vanuit de werkkamer in je huurwoning doe je de administratie, het inpakken van producten en heb je de opslag van je producten. Je werkt 40 uur per week, waarvan je zeker 15 uur per week thuiswerkt. Je werkt dus meer dan 10% van je tijd vanuit huis. De oppervlakte van je werkkamer beslaat ruim 11% van je gehele woning.

De huur is € 1.000 per maand. Overige kosten zoals gas, elektra, water, gemeentelijke lasten en inboedelverzekering komen in totaal op € 250 per maand. Je totale maandelijkse lasten zijn dus € 1.250. De WOZ-waarde van het huis is € 200.000. Je mag je jaarlijkse kosten (€ 1.250 x 12 maanden) van € 15.000 volledig aftrekken. Daarbij moet je ook rekening houden met de volgende onttrekking/bijtelling voor privégebruik van je woning:

Woningwaarde Privé-onttrekking
Meer dan … Maar niet meer dan…
€ 12.500 1,05% van de WOZ-waarde
€ 12.500 € 25.000 1,35% van de WOZ-waarde
€ 25.000 € 50.000 1,50% van de WOZ-waarde
€ 50.000 € 75.000 1,65% van de WOZ-waarde
€ 75.000 € 1.050.000 1,85% van de WOZ-waarde
€ 1.050.000 € 19.425 + 2,35% van de rest WOZ-waarde boven € 1.050.000.

In het rekenvoorbeeld is jouw WOZ-waarde € 200.000. Dan is je privé-onttrekking dus 1,85% daarvan: € 3.700. Dit trek je af van je jaarlijkse kosten: € 15.000 – € 3.700 = € 11.300. Dit bedrag is aftrekbaar. Als je in de 40% belastingschrijf valt, komt dit netto neer op ruim € 4.500.

Heb ik direct recht op aftrek van mijn huurkosten?
Is jouw aangifte van 2015 nog niet volledig of kun je nog in bezwaar? Dan kun je hierover contact opnemen met één van onze adviseurs.

Structureel verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning

Ouders kunnen aan hun kinderen schenken. Onder voorwaarden is die schenking vrijgesteld van schenkbelasting. Vanaf 1 januari 2017 wordt de mogelijkheid om zonder schenkbelasting te schenken verruimd, doordat € 100.000 belastingvrij voor een eigen woning mag worden geschonken. Voor anderen is de vrijstelling € 2.122 (2016).

Er is bij de structureel verhoogde schenkvrijstelling eigen woning  een belangrijke wijziging ten opzichte van de oude eenmalig extra verhoogde vrijstelling. De eis dat het moet gaan om eigen kinderen vervalt. De leeftijdsgrens van 18 tot 40 jaar blijft wel bestaan, maar het mag ook gaan om een schenking aan anderen dan aan de eigen kinderen. Voor hen wordt de reguliere vrijstelling van € 2.122 ook verhoogd tot € 100.000.
De vrijstelling van € 100.000 mag overigens worden uitgesmeerd over drie jaren. Zo mag in jaar n een bedrag van € 50.000 worden geschonken, in jaar n+1 nog eens € 30.000 en in jaar n+2 ten slotte nog eens € 20.000. Voor het uitsmeren van de schenking in drie jaren geldt wel een aantal aandachtspunten:

  1. de opvolgende schenkingen moeten afkomstig zijn van dezelfde schenker;
  2. spreiding mag willekeurig plaatsvinden over drie aaneengesloten kalenderjaren;
  3. ten tijde van het ontvangen van elk van de opvolgende schenkingen moet de begiftigde jonger dan 40 jaar zijn wil voor die tranche de vrijstelling van toepassing zijn

Ook op deze vrijstelling moet uitdrukkelijk in een aangifte schenkbelasting een beroep worden gedaan. En als de schenking wordt uitgesmeerd over drie jaar, dan dient elk van die drie jaren een aangifte schenkbelasting te worden ingediend met daarin een beroep op de vrijstelling.

Acties nodig in 2016?
Onder omstandigheden is het zinvol om nog in de loop van 2016 actie te ondernemen, om meer gebruik te kunnen maken van de eenmalig extra verhoogde vrijstelling eigen woning vanaf 2017.

  1. Als een kind nog geen gebruik heeft gemaakt van de verhoogde vrijstellingen in het verleden, kan in 2016 alsnog eerst de eenmalig verhoogde vrijstelling worden benut van € 53.016 om vervolgens in 2017 of 2018 aanvullen met € 46.984.
  2. Als een kind in de jaren vóór 2010 een verhoogde schenking heeft ontvangen en daarna geen aanvulling meer, dan dient dat alsnog in 2016 aangevuld te worden. Dit, omdat de schenking anders later niet tot de maximale € 100.000 schenkbelastingvrijstelling aangevuld mag worden.
    Een bedrag van € 1 boven de vrijstelling van € 5.304 (en het doen van aangifte met een beroep op die vrijstelling) volstaat daarbij, dan kan toch in 2017 of in 2018 nog maximaal € 46.984 aanvullend worden geschonken zonder schenkbelasting.

Meer weten? Neem dan contact op met één van onze adviseurs.

Pensioen in Eigen Beheer afgeschaft

De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Wiebes besloten de regeling Pensioen in Eigen Beheer (PEB) af te schaffen. DGA’s kunnen de pensioenregeling op een aantrekkelijke manier afkopen of kiezen voor een spaarvariant.

De pensioenregeling werd door veel DGA’s als ‘pensioenklem’ gezien. Het geld dat DGA’s als pensioenspaarpot opbouwen, zit vaak vast in het eigen bedrijf. De pensioenreserve is nodig om het bedrijf financieel gezond te houden en kan eigenlijk nooit worden uitgekeerd. Op de lange termijn loopt de overheid hierdoor bovendien miljarden aan inkomstenbelasting mis.

Belastingkorting

Daarom komt de staatssecretaris met een wetsvoorstel waarmee DGA’s het PEB kunnen afkopen met een flinke belastingkorting. Over het vrijgekomen geld hoeven zij minder inkomstenbelasting te betalen dan normaal. In 2017 geldt een korting van 34,5% op de grondslag, in 2018 een korting van 25% en in 2019 een korting van 19,5%, schrijft Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer.

Spaarvariant

Voor DGA’s die de pensioenregeling niet afkopen, wordt een spaarvariant geïntroduceerd. Het geld blijft in de onderneming en de DGA houdt daarmee een reservering voor de oude dag. Belastingheffing vindt dan pas in de uitkeringsfase plaats. Daardoor heeft deze DGA in ieder geval de mogelijkheid zijn dividendklem (grotendeels) weg te nemen, zonder dat hij acuut moet afrekenen.

Met Prinsjesdag wordt het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. In eerdere debatten bleek al dat een meerderheid van de Tweede Kamer waarschijnlijk instemt met het wetsvoorstel.

Informatie over de gevolgen van het vervallen van de VAR-verklaring

De zogenoemde VAR-verklaring (“Verklaring Arbeidsrelatie”) komt per 1 mei 2016 te vervallen. In tegenstelling tot de berichten in de pers, komt hier geen systeem van verplichte modelovereenkomsten voor in de plaats. U mag deze modelovereenkomsten gebruiken,  maar het gebruik daarvan is op vrijwillige basis.

Hieronder stippen wij puntsgewijs de gevolgen van het vervallen van de VAR-verklaring aan.

Een opdrachtgever loopt vanaf 1 mei 2016 meer fiscaal risico. Hij zal bij elke ZZP’er na moeten gaan of deze zelfstandig ondernemer is, of fiscaal toch aangemerkt kan worden als werknemer waarvoor de opdrachtgever loonheffingen moet afdragen.

Een ZZP’er moet vanaf 1 mei, net als nu, zelf beoordelen of hij of zij fiscaal aangemerkt kan worden als ondernemer of als werknemer. In dat laatste geval kan men in de toekomst mogelijk aanspraak maken op WW en andere uitkeringen zoals die op grond van de Ziektewet en de WIA, maar komen de fiscale ondernemersfaciliteiten uiteraard in het geding.

Om fiscale risico’s voor met name de opdrachtgever te beperken, is het aan te raden om bij elke opdracht te beoordelen of er fiscaal sprake zou kunnen zijn van een werknemerssituatie. Wanneer direct duidelijk is dat iemand zelfstandig ondernemer is, hoeft men uiteraard niets te doen. In andere gevallen is een diepgaander onderzoek aan te raden, evenals een goede vastlegging van de gemaakte afspraken.

Het onderzoek dient zich in ieder geval te richten op de drie volgende elementen: arbeid, beloning en gezag. Hierbij dient de feitelijke situatie en de gemaakte afspraken tenminste vergeleken te worden met het online ‘beoordelingskader’ van de Belastingdienst.

De voorkeur gaat uit naar het schriftelijk vastleggen van de gemaakte afspraken. Men mag hierbij gebruik maken van de modelovereenkomsten van de Belastingdienst, maar uiteraard mag men ook een eigen overeenkomst gebruiken. Een akkoord van de Belastingdienst is niet noodzakelijk. Desgewenst kan men de Belastingdienst echter vragen akkoord te gaan met de eigen overeenkomst. Let wel: zowel het gebruik van een modelovereenkomsten als een akkoordverklaring biedt onder strikte voorwaarden (en onder diverse uitzonderingen) alleen een garantie met betrekking tot het bestaan van een werknemerssituatie, niet over het ondernemerschap van de ZZP’er.
Een overeenkomst kan meermalen gebruikt worden. Men is dus niet verplicht om elke keer een nieuwe overeenkomst te gebruiken en/of een akkoord van de Belastingdienst vragen. De Belastingdienst gaat zelfs akkoord met een e-mailverwijzing naar de gewenste modelovereenkomst.

De Belastingdienst heeft aangekondigd tot 1 mei 2017 soepel hiermee om te gaan zodat men de tijd heeft om de zaken fiscaal goed te regelen.

Wij adviseren u goed na te denken over wat het vervallen van de VAR-verklaring voor u betekent en in geval van twijfel het stappenplan uit te voeren. Wij staan u als adviseur daarbij graag terzijde. U kunt bijvoorbeeld bij ons terecht voor:

• Een analyse van uw risico’s en kansen.
• De beoordeling van uw overeenkomst.
• Overleg met de Belastingdienst

Voor meer informatie en een nadere toelichting kunt u desgewenst  contact opnemen met Claudia Kleton-Jansen.