All posts by roos_dick

Middeling sterk wisselende inkomens

Hebt u een sterk wisselend inkomen uit werk en woning? Dan betaalt u waarschijnlijk meer belasting dan wanneer u dat inkomen gelijkmatig verdeeld over een jaar krijgt. U kunt dan in aanmerking komen voor de middelingsregeling.

Met middeling berekent u uw gemiddelde inkomen over 3 aaneengesloten kalenderjaren. Dit is het middelingstijdvak. Vervolgens berekent u hoeveel belasting u per jaar moet betalen. Zijn de nieuwe belastingbedragen lager dan die van de eerdere aanslagen? Dan hebt u mogelijk recht op een teruggaaf.

Voor wie is middeling bedoeld?

Als u aan de voorwaarden voor middeling voldoet, krijgt u in de volgende situaties waarschijnlijk belasting terug:

  • U hebt na uw afstuderen een vaste baan gekregen en u had naast uw studie een bijbaan.
  • U hebt een ontslagvergoeding (‘gouden handdruk’) gekregen.
  • U bent in de afgelopen jaren gestart of gestopt met werken.
  • U werkt als freelancer of als ondernemer.
  • U hebt onbetaald verlof opgenomen (bijvoorbeeld voor een sabbatical).
  • U bent minder gaan werken.

Nog geen boetes uitgedeeld met nieuwe zzp-wet

Er zijn vooralsnog geen boetes uitgedeeld aan de opdrachtgevers die bewust schijnzelfstandigheid in de hand werken sinds de nieuwe wet voor zelfstandigen (zzp’ers) bestaat. Sinds 1 mei 2016 is de VAR-verklaring voor zzp’ers afgeschaft. Daarvoor in de plaats kwam de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA). Vanwege aanhoudende problemen met de nieuwe regels, is handhaving meerdere keren uitgesteld tot inmiddels 1 juli volgend jaar. Wiebes schreef destijds aan de Kamer dat dit niet geldt voor diegenen die bewust de regels overtreden, de zogenoemde kwaadwillenden.

Belangrijkste wetswijzigingen voor mkb’ers per 1 juli 2017

1. Tegengaan onredelijk lange betaaltermijnen

Om onredelijke lange betaaltermijnen tegen te gaan is het vanaf 1 juli 2017 niet meer mogelijk om een betaaltermijn langer dan 60 dagen af te spreken. Dit geldt voor grote ondernemingen die een overeenkomst sluiten met zzp’ers en/of het midden- en kleinbedrijf. Heeft u een overeenkomst met een groot bedrijf waarvan de betaaltermijn langer dan 60 dagen is? Deze wordt nietig verklaard en omgezet in een termijn van 30 dagen. Daarnaast is de afnemer wettelijk rente verschuldigd als de factuur na deze termijn van 30 dagen niet is voldaan.

2. Wijziging pensioen in eigen beheer

Heeft u als mkb’er een bv? Dan kan het zijn dat u pensioen heeft opgebouwd in uw eigen onderneming. Per 1 april jl. is het wetsvoorstel ‘Uitfasering pensioen in eigen beheer’ van kracht. Hierdoor is pensioenopbouw per 1 juli 2017 niet meer mogelijk. Het opgebouwde pensioen kunt u via een regeling afkopen en vrij maken. U kunt er ook voor kiezen uw opgebouwde pensioenrechten om te zetten in een oudedagsverplichting. U heeft hiervoor 3 jaar de tijd (2017, 2018 en 2019).

3. Vergoeding bij storing internet en telefoon

Internet- en telecombedrijven moeten bij storingen van mobiele en vaste internet- en telefoondiensten hun (zakelijke) klanten compenseren. Compensatie wordt per 1 juli 2017 verplicht bij een storing die langer duurt dan 12 uur. De vergoeding wordt gekoppeld aan de maandelijkse abonnementskosten. Het internet- of telecombedrijf kiest zelf de vorm van compensatie. Zoals extra beltegoed of teruggave van een deel van het abonnementsgeld. De klant moet hiermee wel akkoord zijn. Het internet- of telecombedrijf moet de compensatieregeling opnemen in de algemene voorwaarden.

Fiscus let op uw rekening courant positie bij uw B.V.

De Belastingdienst zal bij het controleren van de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2016 extra aandacht besteden aan de rekening-courantverhouding tussen een directeur-aandeelhouder en zijn/haar B.V. Vooral wanneer u een schuld heeft vanuit privé aan de B.V. zal de fiscus daar extra kritisch naar kijken.

Als die schuld is opgelopen tot een bedrag waarvan aannemelijk is dat dit bedrag niet kan of zal worden afgelost, kan de inspecteur zich op het standpunt stellen dat het (extra) geleende bedrag feitelijk een (verkapte) dividenduitkering is. Dit leidt niet alleen tot het onverwachts verschuldigd worden van extra inkomstenbelasting en belastingrente, maar mogelijk ook tot een boete. Recent vond een belastingrechter een boete van 25% van de verschuldigde belasting passend bij een te hoge rekening courant schuld aan de eigen B.V.

U kunt de inspecteur de wind al enigszins uit de zeilen nemen door ieder jaar opnieuw met uw adviseur te beoordelen of een dividenduitkering wenselijk is. Dat kost weliswaar ook 25% inkomstenbelasting in Box 2 maar u heeft dan meer grip op het moment van belasting betalen en het scheelt u zondermeer belastingrente en een eventuele boete wanneer u kunt aantonen dat u kritisch heeft gekeken naar die positie en ook tijdig actie heeft ondernemen om het verdere oplopen te voorkomen. In sommige situaties is het mogelijk om de heffing van belasting te vermijden door middel van een onbelaste terugbetaling van aandelenkapitaal maar omdat hiervoor strikte voorwaarden gelden, is het zeker te adviseren om dit in overleg met uw fiscaal adviseur te doen. Ook kunt u wellicht gebruik maken van de mogelijkheid om het pensioen in eigen beheer met een mooie fiscale korting af te kopen. Met de netto opbrengst van die afkoop kunt u dan uw rekening courant schuld geheel of gedeeltelijk aflossen. Ook dit vergt een zeer goede begeleiding omdat die afkoopmogelijkheid erg complex is.

Een gewaarschuwd mens telt in ieder geval voor twee!

Uitstel afschaffing pensioen in eigen beheer

In een eerder bericht meldden wij dat de termijn voor beëindiging van de pensioenopbouw in eigen beheer verlengd zou worden tot 1 april 2017. Als alles goed verloopt, dan stemt de Tweede Kamer op 9 februari over dit wetsvoorstel en de Eerste Kamer op 7 maart. Het uitfaseren van het pensioen in eigen beheer wordt dan mogelijk per 1 april 2017. De extra tijd die al was gegund om bepaalde zaken te regelen (zoals het premievrij maken van pensioen of terughalen extern verzekerd pensioen) wordt eveneens met drie maanden opgeschoven tot 1 juli 2017. Andere maatregelen (zoals het vervallen van de zogenoemde doorwerkvereiste) treden wel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 in werking.

De DGA zal dus vóór die tijd een keuze moeten maken.

U krijgt de keuze om:

  1. niets te doen. In feite wordt dan gekozen voor behoud van het pensioenregime. U blijft het recht op uitkering van een levenslang pensioen behouden en de BV is gebonden aan complexe regels voor de reservering en uitvoering daarvan;
  2. de pensioenvoorziening om te vormen in een eenvoudige spaarpot voor de oude dag. Deze spaarpot mag bij een bank of verzekeraar worden afgestort voor een lijfrente. Maar de BV mag de spaarpot ook zelf gaan uitkeren. Dit moet uiterlijk bij het bereiken van de AOW leeftijd gebeuren en de uitkering moet dan in 20 jaar plaatsvinden.
  3. de pensioenvoorziening af te kopen tegen een lager belastingtarief dan normaliter.

U heeft dus drie mogelijkheden:

  1. doorgaan met het pensioen wat u tot nu toe heeft opgebouwd (PEB);
  2. overstappen op de meer eenvoudige oudedagsverplichting (ODV) of;
  3. afrekenen en uw pensioengeld naar privé halen (afkoop).

Doorgaan met PEB is zelden aantrekkelijk vanwege de complexiteit en de relatief hoge jaarlijkse kosten. In feite betekent dit dat u kunt kiezen tussen de ODV of afkoop.

Voor het maken van deze keuze is een overgangsperiode van drie jaar ingesteld. De keuze voor de ODV of afkoop moet voor 2020 gemaakt worden. Echter, een snelle keuze wordt beloond. In 2017 betaalt u namelijk maximaal 34,06% belasting over de afkoop, terwijl dat in 2018 al 39% en in 2019 zelfs 41,86% is.

 

Subsidie lage inkomens

Werkgevers kunnen voor personeel met een laag loon een extra voordeel tegemoet zien. Voor personeel met een salaris tussen de 100% en 125% van het minimumloon geldt per 1 januari 2017 het Lage Inkomensvoordeel (LIV). Het LIV moet werkgevers stimuleren werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te houden. De subsidie over 2017 wordt in de zomer van 2018 automatisch uitbetaald door de Belastingdienst. Deze kan per werknemer oplopen tot maximaal € 2.000 per jaar.