NOAB gedrags- en beroepsregels

Ieder lid, zowel aspirant- als gewoon lid, van NOAB, hierna aan te duiden met verenigingslid, verplicht zich, door toetreding als lid, tot nakoming van en onderwerping aan de navolgende gedrags- en beroepsregels:

Artikel 1

Door de aanvaarding van het lidmaatschap van NOAB verplicht ieder verenigingslid zich te onderwerpen aan de hierna

vernoemde gedrags- en beroepsregels, alsmede aan de uitspraken van het, door de vereniging als in hoofde genoemd,

ingestelde Tuchtcollege en College van Beroep, met de daaraan verleende bevoegdheden, op een wijze en

binnen een termijn zoals deze door de vereniging zijn vastgesteld, vanaf de datum van ingang van het lidmaatschap, tot

en met de datum van beëindiging van het lidmaatschap.

Artikel 2

De verantwoordelijkheid voor de door het verenigingslid ten behoeve van zijn cliënt verrichte werkzaamheden, inhoudende

ondermeer het voeren van administraties, het opstellen van de daaruit voortvloeiende jaarrekeningen, alsmede

het geven van (schriftelijke) adviezen en het doen van mededelingen, berust bij het verenigingslid, tenzij wordt aangetoond

of aannemelijk is gemaakt, dat door of namens cliënt onjuiste en/of onvolledige gegevens zijn verstrekt, welke

onjuistheid en/of onvolledigheid van directe invloed is (geweest) op het resultaat van de door het verenigingslid verrichte

werkzaamheden.

Artikel 3

Het verenigingslid dient in de uitoefening van zijn beroep c.q. voering van zijn bedrijf zijn werkzaamheden eerlijk,

nauwgezet en naar beste vermogen te verrichten.

Artikel 4

Het verenigingslid dient ervoor zorg te dragen dat de schriftelijke adviezen en mededelingen, die hij in de uitoefening

van zijn beroep c.q. voering van het bedrijf doet uitgaan, zijn naam vermelden.

Artikel 5

Verenigingsleden kunnen onderling geen cliënten van elkaar overnemen wanneer er bij de collega nog achterstallige

betalingen zijn. Het is een verenigingslid uitsluitend toegestaan opdrachten te aanvaarden van een opdrachtgever, die

cliënt is of tot voor kort was van een collega-verenigingslid, na met hem overleg gepleegd te hebben. Blijft een inhoudelijke

reactie van het collega-verenigingslid binnen 14 dagen uit, dan vervalt bedoeld verbod tot overnemen van de

cliënt. Kunnen beide verenigingsleden geen overeenstemming bereiken, dan verplichten beiden zich de tussenkomst

van het Tuchtcollege van de vereniging in te roepen, tenzij naar objectieve maatstaven gemeten bijzondere omstandigheden

zich tegen het plegen van bedoeld overleg verzetten.

Artikel 6

Een verenigingslid dient ervoor zorg te dragen, dat aan anderen geen mededelingen worden gedaan omtrent zaken met

een vertrouwelijk karakter, waarvan in het kader van de uitvoering van een hem verleende opdracht door hem of een

van zijn werknemers kennis wordt genomen. Deze plicht geldt niet voor zover de uitvoering van die opdracht het doen

van zodanige mededelingen vereist.

Artikel 7

Een verenigingslid is verplicht van de in de uitoefening van zijn beroep c.q. voering van zijn bedrijf ten behoeve van

een cliënt gevoerde correspondentie en gewisselde stukken afschriften aan die cliënt te zenden, zodra en voor zover

deze dat vraagt en daarbij belang heeft.

Artikel 8

Een verenigingslid dient aantekening te houden van aard en omvang van de werkzaamheden, die hij in de uitoefening

van zijn beroep c.q. voering van zijn bedrijf voor derden heeft verricht alsmede van de terzake gemaakte kosten. Hij is

verplicht deze aantekeningen gedurende de tijd van zeven jaren te bewaren.

Artikel 9

Redelijke gangbare maatstaven dienen het uitgangspunt te zijn voor het vaststellen van de hoogte van het honorarium

voor de door een verenigingslid verrichte diensten, met inachtneming van het belang, de aard en de omvang van de

werkzaamheden en de daaraan door hem zelf en/of door derden in zijn dienst of opdracht bestede tijd, tenzij schriftelijk

anders wordt overeengekomen met cliënt.

Artikel 10

Een verenigingslid zal, ingeval hij ten behoeve van zijn cliënt de medewerking inroept van deskundigen en/of hen die

geacht worden daartoe te zijn gemachtigd door zijn cliënt, in die gevallen persoonlijk aansprakelijk zijn voor de betaling

van de daarop betrekking hebbende declaraties binnen de daarvoor vermelde termijn. Daaronder worden o.m.

begrepen het afgeven van accountantsverklaringen, verstrekken van adviezen, etcetera. Vorengestelde is niet van toepassing

in die situaties waarin het verenigingslid op uitdrukkelijk verzoek van zijn cliënt een bepaalde deskundige

inroept en waarbij deze deskundige rechtstreeks aan de cliënt factureert.

Artikel 11

Een verenigingslid is gehouden, zich bij de uitoefening van zijn beroep c.q. voering van zijn bedrijf te richten naar de

algemene leveringsvoorwaarden, de zogenaamde NOAB-voorwaarden, zoals deze zijn gedeponeerd bij zowel de Kamer

van Koophandel Oost-Brabant te Eindhoven als ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te ‘s-Hertogenbosch.

Hij/zij is daarnaast verplicht dit duidelijk kenbaar te maken aan de cliënt voordat met de werkzaamheden een aanvang

wordt genomen.

Het bestuur kan ten aanzien van het bovenstaande dispensatie verlenen indien gebruik wordt gemaakt van leveringsvoorwaarden

die de cliënt minimaal gelijkwaardige waarborgen bieden. Het bestuur bepaalt welke voorwaarden hiervoor

in aanmerking komen.

Artikel 12

Een verenigingslid is gehouden een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten en gedurende het lidmaatschap

te continueren. De beroepsaansprakelijkheidsverzekering dient alle werkzaamheden zoals omschreven in artikel 2

Reglement van (Her)Kwalificering en Toelating te dekken.

Artikel 13

Een verenigingslid dient zich te onthouden van koppelverkoop die de vrijheid van keuze van de cliënt frustreert. Van

koppelverkoop is onder andere sprake wanneer een cliënt zich redelijkerwijs gedwongen voelt gebruik te maken van

een bepaalde assurantie- of financieringsintermediair, omdat hij anders bijvoorbeeld een andere zaak, dienst of overeenkomst

niet tegen dezelfde condities kan verkrijgen of behouden c.q. kan aangaan of voortzetten.

Artikel 14

Een verenigingslid dient zich bij al zijn gedragingen rekenschap te geven van het feit dat hij binnen het administratieen

belastingwezen een bijzondere plaats inneemt, waarbij hij nimmer uit het oog mag verliezen dat hij geroepen is tot

onafhankelijke voorlichting, advies en dienstverlening in administratieve – en fiscale zaken.

Artikel 15

Het verenigingslid zal toezien op en wordt verantwoordelijk gehouden voor de gedragingen van zijn medewerk(st)ers,

opdat dezen niet in strijd handelen met deze gedrags- en beroepscode.

Artikel 16

Een verenigingslid dient zich bij de uitoefening van zijn werkzaamheden te onthouden van discriminatie wegens godsdienst,

levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook.