Onze nieuwsbrief Aan de Orde 2018-1 is beschikbaar.
U kunt deze hier downloaden AanDeOrde-2018-1
Onze nieuwsbrief Aan de Orde 2018-1 is beschikbaar.
U kunt deze hier downloaden AanDeOrde-2018-1
Belastingrente kan worden voorkomen door tijdig een voorlopige aanslag (VA) aan te vragen.
Over de verschuldigde IB en Vpb is belastingrente verschuldigd. Het tijdvak waarover deze rente wordt berekend, vangt aan op 1 juli na afloop van het belastingjaar en eindigt zes weken na de datum van de aanslag. De belastingrente is afhankelijk van de wettelijke rente, doch bedraagt minimaal 4% voor de IB en 8% voor de Vpb. De wettelijke rente is op dit moment relatief laag, dus de belastingrente komt nu niet boven de genoemde minimumpercentages uit.
Als u de aangifte IB of Vpb 2017 voor 1 april van dit jaar indient, berekent de fiscus geen belastingrente. Als indiening van de aangifte voor die datum niet mogelijk is, maar naar verwachting wel belasting zal zijn verschuldigd, is het verstandig een verzoek in te dienen tot vaststelling van een (nadere) voorlopige aanslag. Als dit verzoek is ingediend voor 1 mei van dit jaar, mag de fiscus geen belastingrente in rekening brengen.
Advies
Om belastingrente te voorkomen zal een zo reëel mogelijke schatting moeten worden gemaakt van de nog te betalen belasting. Houd hierbij rekening met reeds opgelegde eerdere (nadere) voorlopige aanslagen. Als de schatting uiteindelijk te laag blijkt te zijn, wordt vanzelfsprekend over het te weinig betaalde alsnog belastingrente berekend. Let op: als de schatting uiteindelijk te hoog blijkt te zijn geweest, vergoedt de Belastingdienst helaas geen belastingrente.
Als een ondernemer over een auto beschikt en deze voor de btw tot zijn ondernemingsvermogen heeft gerekend, dan moet jaarlijks in de laatste btw-aangifte over het boekjaar een correctie voor het privégebruik worden gemaakt. Dit geldt ook voor werknemers die gebruik maken van een auto van de onderneming. Voor de berekening van de btw-correctie voor het privégebruik is van belang of al dan niet een kilometeradministratie bijgehouden is.
Berekening Woon-werkkilometers tellen daarbij mee als privékilometers. De berekening voor de correctie van de btw bij de onderneming op basis van een kilometeradministratie is als volgt:
21% x (privé-km/totale km) x gemaakte uitgaven (1/5 deel aankoopbedrag in eerste vijf jaar + gebruiks- en onderhoudskosten)
Forfaitaire berekening Als er geen kilometeradministratie is bijgehouden, dan wordt de correctie voor de btw gesteld op 2,7% van de catalogusprijs van de auto. Dit is inclusief btw en BPM. Als er vier jaar verstreken zijn na het jaar van ingebruikname van de auto dan wordt de correctie berekend op 1,5% van de catalogusprijs van de auto.
Het bijhouden van een kilometeradministratie kan voordelig zijn, vooral als de privékilometers ten opzichte van het totaal aantal gereden kilometers laag is.
Vanaf 1 januari 2018 is trouwen in algehele gemeenschap van goederen niet meer de standaard van het huwelijksvermogensrecht.
Maar liefst 180 jaar was u automatisch in gemeenschap
van goederen gehuwd, als u geen keuze maakte. Alle bezittingen zijn bij algemene gemeenschap van goederen gezamenlijk bezit. Schuldeisers kunnen zich op de bezittingen van beide partners verhalen. Dat is een probleem als u als zelfstandige schulden maakt in de onderneming. Bij een echtscheiding hebben beide partners ieder recht op de helft. Ook dit kan tot onbedoelde consequenties hebben voor de onderneming.
Beperkte gemeenschap van goederen
Vanaf 1 januari 2018 geldt als u zonder huwelijkse voorwaarden trouwt automatisch een beperkte gemeenschap van goederen. Alleen het vermogen dat u tijdens het huwelijk opbouwt, is van u samen. Schulden of bezittingen van vóór uw huwelijk vallen buiten de boedel. Schenkingen, giften en erfenissen zijn van de partner die deze krijgt, ook al is er geen uitsluitingsclausule opgenomen in de schenking of erfenis.
Per 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Dat betekent dat er vanaf die datum dezelfde privacywetgeving geldt in de hele Europese Unie (EU). De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geldt dan niet meer.
Werkgevers leggen persoonlijke informatie van hun werknemers vast. Voor de verwerking van de persoonsgegevens gelden vanaf mei strengere regels. Hieronder de vier belangrijkste wijzigingen voor de werkgever:
1. Meer vastleggen
Elke organisatie moet kunnen aantonen dat zij in overeenstemming met de regels van de AVG handelen. Uw personeelsadministratie speelt hierbij een rol. Maar ook personeelsdossiers en uitwisseling van data met derden moeten beschermd worden. Met een verwerkingsregister kunt u bijhouden (en aantonen) wat er binnen uw organisatie gebeurt met de persoonsgegevens van uw werknemers. Overigens kunnen uw werknemers opvragen welke gegevens u van hen vastlegt. Gewenste correcties dient u vanzelfsprekend door te voeren.
2. Meer en vaker vernietigen
Bewaar gegevens niet langer dan nodig! Uitgangspunt van de AVG is ‘dataminimalisatie’: u mag niet meer gegevens vragen én vastleggen dan strikt noodzakelijk. Wanneer er geen doel of wettelijke grondslag (meer) aanwezig is moeten de gegevens worden vernietigd.
3. Fikse boete
Goed omgaan met de privacyregels is belangrijk. Houdt u zich niet aan de regels dan kan er een boete van maximaal 20 miljoen euro (of 4 procent van de totale wereldwijde omzet) opgelegd worden.
4. Privacy bescherming is altijd topprioriteit
Houd bij alles in het oog dat persoonsgegevens goed worden beschermd. Neem technische en organisatorische maatregelen om te waarborgen dat u de privacy van uw werknemers goed beschermt. Stel uzelf bij elk nieuw HR project als eerste de vraag wat de risico’s zijn voor de privacy van uw werknemers en pas hier uw beleid en procedures op aan.
Wilt u meer weten? Neemt u dan gerust contact op met een van onze loonspecialisten bij Avanti Advisering (0299-420870)
In onze nieuwsbrief – Aan de Orde uitgave 5- is abusievelijk foutieve informatie opgenomen. Het betreft punt 7, Verlaging vennootschapsbelasting, op bladzijde 2.
Hierin staat vermeld dat de eerste schijf van de vennootschapsbelasting zal worden verlengd naar € 250.000. Dit is niet correct aangezien deze beslissing door het nieuwe kabinet is teruggedraaid.
Hieronder treft u de juiste informatie aan:
7. Verlaging vennootschapsbelasting
Het kabinet Rutte III heeft de eerder aangekondigde verlenging van de eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting (VPB) teruggedraaid. In het Belastingplan 2018 stond nog dat de eerste tariefschijf zou worden verlengd van € 200.000 naar € 250.000. In plaats daarvan wordt het VPB-tarief nu vanaf 2019 in drie stappen verlaagd. Met deze tariefsverlaging wil het kabinet aanhaken bij het gemiddelde VPB-tarief in de Europese Unie (21,5%). Met de stapsgewijze tariefsverlaging kan het interessant zijn uitgaven naar voren te halen naar 2018.
Dividenduitkering
De aanmerkelijk belangheffing blijft in 2018 en 2019 25%, maar wordt vanaf 2020 in twee stappen verhoogd. In 2020 wordt het tarief 27,3% en vanaf 2021 bedraagt het tarief 28,5%. Dividend uitkeren kunt u dus beter vóór eind 2019 doen.
| Tariefsverlaging vennootschapsbelasting | ||||
| Resultaat | Belastingtarief | |||
| 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | |
| € 0 – € 200.000 | 20% | 19% | 17,50% | 16% |
| € 200.000 en hoger | 25% | 24% | 22,50% | 21% |
Onze nieuwsbrief Aan de Orde 2017-5 is beschikbaar met o.a.:
U kunt deze hier downloaden AanDeOrde-2017-5
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2018 en luiden als volgt:
| Leeftijd | Staffeling | Per maand | Per week | Per dag |
|---|---|---|---|---|
| 22 jaar en ouder | 100% | € 1.578,00 | € 364,15 | € 72,83 |
| 21 jaar | 85% | € 1.341,30 | € 309,55 | € 61,91 |
| 20 jaar | 70% | € 1.104,60 | € 254,90 | € 50,98 |
| 19 jaar | 55% | € 867,90 | € 200,30 | € 40,06 |
| 18 jaar | 47,50% | € 749,55 | € 172,95 | € 34,59 |
| 17 jaar | 39,50% | € 623,30 | € 143,85 | € 28,77 |
| 16 jaar | 34,50% | € 544,40 | € 125,65 | € 25,13 |
| 15 jaar | 30% | € 473,40 | € 109,25 | € 21,85 |
Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:
| Leeftijd | Staffeling BBL | Per maand | Per week | Per dag |
|---|---|---|---|---|
| 20 jaar | 61,50% | € 970,45 | € 223,95 | € 44,79 |
| 19 jaar | 52,50% | € 828,45 | € 191,20 | € 38,24 |
| 18 jaar | 45,50% | € 718,00 | € 165,70 | € 33,14 |
Onze nieuwsbrief Aan de Orde 2017-4 is beschikbaar met o.a.:
U kunt deze hier downloaden AanDeOrde-2017-4
Wilt u onze nieuwsbrief voortaan automatisch ontvangen? Schrijf u dan hier in.
Als u een factuur stuurt aan uw klanten, moet u de btw daarover direct aangeven en betalen. Betaalt uw klant de factuur uiteindelijk niet of maar gedeeltelijk, dan is uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar. Dan hebt u btw betaald die u niet ontvangen hebt. U kunt deze btw dan terugvragen.
Wanneer terugvragen?
U kunt de btw terugvragen zodra het zeker is dat uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. De vordering wordt vanaf 1 januari 2017 in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk 1 jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die tussen u en uw klant is overeengekomen. Als geen betalingstermijn is vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door uw klant.
Hoe terugvragen?
Het bedrag van de teruggaaf verwerkt u in de aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan of de 1-jaarstermijn is verstreken (is de oninbaarheid ontstaan vóór 1 januari 2017 dan moet u een brief sturen naar uw belastingkantoor waarin u om teruggaaf verzoekt). U mag kiezen of u het terug te vragen btw-bedrag opneemt als aftrekbare voorbelasting (vraag 5b van de aangifte) of als negatieve omzet met het daarbij behorende negatieve bedrag aan btw (vraag 1a of 1b van de aangifte).