All posts by roos_dick

Fiscus let op uw rekening courant positie bij uw B.V.

De Belastingdienst zal bij het controleren van de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2016 extra aandacht besteden aan de rekening-courantverhouding tussen een directeur-aandeelhouder en zijn/haar B.V. Vooral wanneer u een schuld heeft vanuit privé aan de B.V. zal de fiscus daar extra kritisch naar kijken.

Als die schuld is opgelopen tot een bedrag waarvan aannemelijk is dat dit bedrag niet kan of zal worden afgelost, kan de inspecteur zich op het standpunt stellen dat het (extra) geleende bedrag feitelijk een (verkapte) dividenduitkering is. Dit leidt niet alleen tot het onverwachts verschuldigd worden van extra inkomstenbelasting en belastingrente, maar mogelijk ook tot een boete. Recent vond een belastingrechter een boete van 25% van de verschuldigde belasting passend bij een te hoge rekening courant schuld aan de eigen B.V.

U kunt de inspecteur de wind al enigszins uit de zeilen nemen door ieder jaar opnieuw met uw adviseur te beoordelen of een dividenduitkering wenselijk is. Dat kost weliswaar ook 25% inkomstenbelasting in Box 2 maar u heeft dan meer grip op het moment van belasting betalen en het scheelt u zondermeer belastingrente en een eventuele boete wanneer u kunt aantonen dat u kritisch heeft gekeken naar die positie en ook tijdig actie heeft ondernemen om het verdere oplopen te voorkomen. In sommige situaties is het mogelijk om de heffing van belasting te vermijden door middel van een onbelaste terugbetaling van aandelenkapitaal maar omdat hiervoor strikte voorwaarden gelden, is het zeker te adviseren om dit in overleg met uw fiscaal adviseur te doen. Ook kunt u wellicht gebruik maken van de mogelijkheid om het pensioen in eigen beheer met een mooie fiscale korting af te kopen. Met de netto opbrengst van die afkoop kunt u dan uw rekening courant schuld geheel of gedeeltelijk aflossen. Ook dit vergt een zeer goede begeleiding omdat die afkoopmogelijkheid erg complex is.

Een gewaarschuwd mens telt in ieder geval voor twee!

Uitstel afschaffing pensioen in eigen beheer

In een eerder bericht meldden wij dat de termijn voor beëindiging van de pensioenopbouw in eigen beheer verlengd zou worden tot 1 april 2017. Als alles goed verloopt, dan stemt de Tweede Kamer op 9 februari over dit wetsvoorstel en de Eerste Kamer op 7 maart. Het uitfaseren van het pensioen in eigen beheer wordt dan mogelijk per 1 april 2017. De extra tijd die al was gegund om bepaalde zaken te regelen (zoals het premievrij maken van pensioen of terughalen extern verzekerd pensioen) wordt eveneens met drie maanden opgeschoven tot 1 juli 2017. Andere maatregelen (zoals het vervallen van de zogenoemde doorwerkvereiste) treden wel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 in werking.

De DGA zal dus vóór die tijd een keuze moeten maken.

U krijgt de keuze om:

  1. niets te doen. In feite wordt dan gekozen voor behoud van het pensioenregime. U blijft het recht op uitkering van een levenslang pensioen behouden en de BV is gebonden aan complexe regels voor de reservering en uitvoering daarvan;
  2. de pensioenvoorziening om te vormen in een eenvoudige spaarpot voor de oude dag. Deze spaarpot mag bij een bank of verzekeraar worden afgestort voor een lijfrente. Maar de BV mag de spaarpot ook zelf gaan uitkeren. Dit moet uiterlijk bij het bereiken van de AOW leeftijd gebeuren en de uitkering moet dan in 20 jaar plaatsvinden.
  3. de pensioenvoorziening af te kopen tegen een lager belastingtarief dan normaliter.

U heeft dus drie mogelijkheden:

  1. doorgaan met het pensioen wat u tot nu toe heeft opgebouwd (PEB);
  2. overstappen op de meer eenvoudige oudedagsverplichting (ODV) of;
  3. afrekenen en uw pensioengeld naar privé halen (afkoop).

Doorgaan met PEB is zelden aantrekkelijk vanwege de complexiteit en de relatief hoge jaarlijkse kosten. In feite betekent dit dat u kunt kiezen tussen de ODV of afkoop.

Voor het maken van deze keuze is een overgangsperiode van drie jaar ingesteld. De keuze voor de ODV of afkoop moet voor 2020 gemaakt worden. Echter, een snelle keuze wordt beloond. In 2017 betaalt u namelijk maximaal 34,06% belasting over de afkoop, terwijl dat in 2018 al 39% en in 2019 zelfs 41,86% is.

 

Subsidie lage inkomens

Werkgevers kunnen voor personeel met een laag loon een extra voordeel tegemoet zien. Voor personeel met een salaris tussen de 100% en 125% van het minimumloon geldt per 1 januari 2017 het Lage Inkomensvoordeel (LIV). Het LIV moet werkgevers stimuleren werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te houden. De subsidie over 2017 wordt in de zomer van 2018 automatisch uitbetaald door de Belastingdienst. Deze kan per werknemer oplopen tot maximaal € 2.000 per jaar.

Termijn beëindiging pensioenopbouw in eigen beheer en waardeoverdracht verlengd tot 1 april 2017

Als het wetsvoorstel ‘Wet uitfasering pensioen in eigen beheer’ wordt aangenomen is het vanaf 1 januari 2017 voor een dga niet meer mogelijk om pensioen in eigen beheer op te bouwen. Reeds opgebouwde pensioenaanspraken mogen, indien gewenst, wel in eigen beheer blijven. Het is vanaf dat moment ook niet meer mogelijk om een extern verzekerd pensioenkapitaal naar eigen beheer over te dragen.

Dit betekent dat de dga vóór 1 januari 2017 de volgende stappen moet hebben genomen:

  • zijn pensioenregeling moet premievrij zijn gemaakt en/of
  • de pensioenovereenkomst met de vennootschap moet zijn aangepast,
  • het elders verzekerde pensioen eventueel overgedragen moet zijn aan de eigen BV.

Uit de praktijk zijn verschillende signalen gekomen dat de tijd om dit te regelen in veel gevallen te kort zal zijn.

Nota van wijziging

De Staatssecretaris van Financiën heeft de signalen opgevangen en een nota van wijziging gestuurd waardoor dga’s een extra periode van 3 maanden krijgen om de vereiste handelingen te verrichten. Het gaat hier concreet om uitstel voor de volgende acties:

  • het nemen van een aandeelhoudersbesluit dat de pensioenregeling premievrij wordt gemaakt en/of de pensioenregeling wordt aangepast;
  • waardeoverdracht van een extern pensioen naar eigen beheer.

Extra termijn voor waardeoverdracht

In de eerdere Nota naar aanleiding van het verslag had de staatssecretaris dga’s al meer tijd gegeven voor de waardeoverdracht van een extern verzekerd pensioen naar eigen beheer. In plaats van het oorspronkelijke vereiste dat de waardeoverdracht geheel moest zijn afgerond vóór 1 januari 2017, was het nu voldoende dat het verzoek vóór 1 januari 2017 bij de verzekeringsmaatschappij binnen was. In de onderhavige Nota van wijziging wordt de termijn voor de waardeoverdracht verlengd tot 1 april 2017. Vermoedelijk moet vóór 1 april 2017 wel de gehele waardeoverdracht afgerond zijn.

Extra termijn voor premievrijmaking

Tevens krijgt men langer de tijd om een aandeelhoudersbesluit te nemen dat de pensioenregeling eigen beheer premievrij wordt gemaakt dan wel wordt aangepast (bijvoorbeeld verdere opbouw bij een verzekeraar). Of hierdoor ook sprake is van 3 maanden langere pensioenopbouw in eigen beheer is op dit moment nog niet bekend. De staatssecretaris heeft aangekondigd dat dit nader zal worden uitgewerkt in een beleidsbesluit.

Delegatiebepaling

Deze wetswijziging wordt vormgegeven door aan het wetsvoorstel een delegatiebepaling toe te voegen op basis waarvan de termijn dat eigenbeheerlichamen nog als toegelaten pensioenaanbieders kunnen optreden kan worden verlengd. Een nadere uitwerking zal worden gegeven bij beleidsbesluit. Daarin zal ook worden bepaald hoe in deze extra periode wordt omgegaan met een (eventuele) doorlopende opbouw van de pensioenaanspraken tijdens deze periode en hoe in dat geval de afkoopwaarde bij keuze voor de variant ‘afkoop’ zal worden bepaald.

Nieuwe bijtellingsregeling 2017

In 2017 wijzigen de bijtellingsregels. De bijtelling, order die voorheen afhankelijk was van CO2-uitstoot, gaat voor een groot gedeelte van de auto’s die vanaf 1 januari 2017 op kenteken worden gezet naar 22%. Alleen de volledig elektrische auto’s worden nog belast met 4%*.

Twee bijtellingscategorieën

  • volledig elektrische auto’s worden belast met 4% bijtelling*
  • alle andere auto’s gaan in de periode van 2017 tot en met 2020 (en verder) naar één tarief van 22% bijtelling

* vanaf 2019 geldt de 4% bijtelling alleen over de eerste € 50.000,- van de cataloguswaarde van het voertuig. Alles hierboven wordt tegen 22% belast.

Schematisch ziet de overgang er als volgt uit:

Bijtelling Jaar
2016 2017 2018 2019 2020
0 gr/km 4% 4% 4% 4% 4%
1 t/m 50 15% 22% 22% 22% 22%
51 t/m 106 21% 22% 22% 22% 22%
> 106 25% 22% 22% 22% 22%

 

Overige wijzigingen: 

  • de aanschafbelasting (BPM) wordt stapsgewijs verlaagd naar 12% tot en met 2020
  • de motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt voor iedereen lager (m.u.v. oude diesels zonder roetfilter: deze worden duurder!)

Aftrekken van je huurkosten als zzp’er: hoe werkt dat?

Op 12 augustus 2016 maakte de Hoge Raad bekend dat een deel van de thuiswerkende zzp’ers met een huurwoning de huurkosten van de belasting mag aftrekken. Reden genoeg voor een hoop verwarring onder ondernemers, want: welke eisen zijn er aan verbonden en wat zijn de addertjes onder het gras?

Huur aftrekken als zzp’er
De uitspraak van de Hoge Raad volgde na een claim van een zzp’er in de bouw. Deze ondernemer deed onder andere zijn administratie, acquisitie en planning vanuit zijn werkkamer in zijn huurwoning, en gaf zijn huurkosten op als aftrekpost. Hoewel het Haagse gerechtshof dit eerder afwees, gaf de Hoge Raad in hoger beroep aan dat het huurrecht een vermogensrecht is en dus tot het ondernemersvermogen gerekend mag worden.

Goed nieuws voor thuiswerkende zzp’ers dus. Toch zijn er enkele belangrijke haken en ogen waar je rekening mee moet houden. Deze hebben we in dit artikel voor je op een rijtje gezet.

Wanneer mag je je huurkosten aftrekken?
Aan het aftrekken van je huur zijn een aantal eisen verbonden:

  • Je moet minimaal 10% van je tijd uit huis werken;
  • De werkkamer moet minimaal 10% van het totale woonoppervlakte uitmaken
  • En heel belangrijk: je dient het huurrecht te activeren als ondernemingsvermogen. Dit geef je aan als: je start met een onderneming, je een andere huurwoning betrekt of als de situatie ingrijpend verandert. Let op: je moet dus expliciet aangeven dat de huurwoning tot je ondernemingsvermogen behoort.

Op het laatste punt gaan we wat dieper in. Je kunt je huurwoning tot privé- of tot ondernemingsvermogen aanmerken. De keuze maak je dus als je begint met ondernemen, waarbij je minimaal 10% van de tijd in een werkkamer thuiswerkt die minimaal 10% van het woonoppervlakte beslaat. Of: je gaat verhuizen naar een andere woning, waarin je werkoppervlakte ook minimaal 10% van het woonoppervlakte beslaat en je minimaal 10% van je tijd thuiswerkt.

Ingrijpende verandering
Ook als er iets significants verandert in je werk-/woonsituatie kun je het huurrecht als ondernemingsvermogen rekenen. Wat moet er met ‘significant’ bedoeld? Voorheen werkte je bijvoorbeeld af en toe met de laptop op schoot vanuit huis, maar je hebt van één kamer in huis nu een werkkamer gemaakt. Deze werkkamer beslaat minimaal 10% van het woonoppervlakte. Of: voorheen werkte je nooit vanuit huis, je huurde bijvoorbeeld een kantoor elders, maar door omstandigheden kies je er nu voor te gaan werken vanuit het kantoor aan huis. Je werkt minimaal 10% van de tijd vanuit huis en het kantoor aan huis beslaat minimaal 10% van het woonoppervlakte.

Je kunt je huur dus NIET aftrekken als:

  • Je werkkamer minder dan 10% van het woonoppervlakte beslaat;
  • Je minder dan 10% van je tijd vanuit huis werkt (ook al is de werkkamer meer dan 10% van je woonoppervlakte);
  • Je al een aantal jaar vanuit huis werkt, maar je de huurwoning niet hebt aangemerkt als ondernemingsvermogen. Je hebt je huurrecht dus niet geactiveerd.

Rekenvoorbeeld
Maar hoe zit dat fiscaal? Aan de hand van een rekenvoorbeeld proberen wij dit uit te leggen.

Stel: je hebt een webwinkel. Vanuit de werkkamer in je huurwoning doe je de administratie, het inpakken van producten en heb je de opslag van je producten. Je werkt 40 uur per week, waarvan je zeker 15 uur per week thuiswerkt. Je werkt dus meer dan 10% van je tijd vanuit huis. De oppervlakte van je werkkamer beslaat ruim 11% van je gehele woning.

De huur is € 1.000 per maand. Overige kosten zoals gas, elektra, water, gemeentelijke lasten en inboedelverzekering komen in totaal op € 250 per maand. Je totale maandelijkse lasten zijn dus € 1.250. De WOZ-waarde van het huis is € 200.000. Je mag je jaarlijkse kosten (€ 1.250 x 12 maanden) van € 15.000 volledig aftrekken. Daarbij moet je ook rekening houden met de volgende onttrekking/bijtelling voor privégebruik van je woning:

Woningwaarde Privé-onttrekking
Meer dan … Maar niet meer dan…
€ 12.500 1,05% van de WOZ-waarde
€ 12.500 € 25.000 1,35% van de WOZ-waarde
€ 25.000 € 50.000 1,50% van de WOZ-waarde
€ 50.000 € 75.000 1,65% van de WOZ-waarde
€ 75.000 € 1.050.000 1,85% van de WOZ-waarde
€ 1.050.000 € 19.425 + 2,35% van de rest WOZ-waarde boven € 1.050.000.

In het rekenvoorbeeld is jouw WOZ-waarde € 200.000. Dan is je privé-onttrekking dus 1,85% daarvan: € 3.700. Dit trek je af van je jaarlijkse kosten: € 15.000 – € 3.700 = € 11.300. Dit bedrag is aftrekbaar. Als je in de 40% belastingschrijf valt, komt dit netto neer op ruim € 4.500.

Heb ik direct recht op aftrek van mijn huurkosten?
Is jouw aangifte van 2015 nog niet volledig of kun je nog in bezwaar? Dan kun je hierover contact opnemen met één van onze adviseurs.

Structureel verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning

Ouders kunnen aan hun kinderen schenken. Onder voorwaarden is die schenking vrijgesteld van schenkbelasting. Vanaf 1 januari 2017 wordt de mogelijkheid om zonder schenkbelasting te schenken verruimd, doordat € 100.000 belastingvrij voor een eigen woning mag worden geschonken. Voor anderen is de vrijstelling € 2.122 (2016).

Er is bij de structureel verhoogde schenkvrijstelling eigen woning  een belangrijke wijziging ten opzichte van de oude eenmalig extra verhoogde vrijstelling. De eis dat het moet gaan om eigen kinderen vervalt. De leeftijdsgrens van 18 tot 40 jaar blijft wel bestaan, maar het mag ook gaan om een schenking aan anderen dan aan de eigen kinderen. Voor hen wordt de reguliere vrijstelling van € 2.122 ook verhoogd tot € 100.000.
De vrijstelling van € 100.000 mag overigens worden uitgesmeerd over drie jaren. Zo mag in jaar n een bedrag van € 50.000 worden geschonken, in jaar n+1 nog eens € 30.000 en in jaar n+2 ten slotte nog eens € 20.000. Voor het uitsmeren van de schenking in drie jaren geldt wel een aantal aandachtspunten:

  1. de opvolgende schenkingen moeten afkomstig zijn van dezelfde schenker;
  2. spreiding mag willekeurig plaatsvinden over drie aaneengesloten kalenderjaren;
  3. ten tijde van het ontvangen van elk van de opvolgende schenkingen moet de begiftigde jonger dan 40 jaar zijn wil voor die tranche de vrijstelling van toepassing zijn

Ook op deze vrijstelling moet uitdrukkelijk in een aangifte schenkbelasting een beroep worden gedaan. En als de schenking wordt uitgesmeerd over drie jaar, dan dient elk van die drie jaren een aangifte schenkbelasting te worden ingediend met daarin een beroep op de vrijstelling.

Acties nodig in 2016?
Onder omstandigheden is het zinvol om nog in de loop van 2016 actie te ondernemen, om meer gebruik te kunnen maken van de eenmalig extra verhoogde vrijstelling eigen woning vanaf 2017.

  1. Als een kind nog geen gebruik heeft gemaakt van de verhoogde vrijstellingen in het verleden, kan in 2016 alsnog eerst de eenmalig verhoogde vrijstelling worden benut van € 53.016 om vervolgens in 2017 of 2018 aanvullen met € 46.984.
  2. Als een kind in de jaren vóór 2010 een verhoogde schenking heeft ontvangen en daarna geen aanvulling meer, dan dient dat alsnog in 2016 aangevuld te worden. Dit, omdat de schenking anders later niet tot de maximale € 100.000 schenkbelastingvrijstelling aangevuld mag worden.
    Een bedrag van € 1 boven de vrijstelling van € 5.304 (en het doen van aangifte met een beroep op die vrijstelling) volstaat daarbij, dan kan toch in 2017 of in 2018 nog maximaal € 46.984 aanvullend worden geschonken zonder schenkbelasting.

Meer weten? Neem dan contact op met één van onze adviseurs.