All posts by roos_dick

Aanvragen energie- en milieu-investeringsaftrek (EIA & MIA)

Bedrijven die investeren in energie- of milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen kunnen gebruik maken van de Energie Investeringsaftrek (EIA) of de Milieu Investeringsaftrek (MIA). Voor beide regelingen geldt echter dat een percentage van een investering als aftrekpost kan worden toegepast in de aangifte voor de vennootschapsbelasting (VpB). De EIA richt zich op energiebesparende investeringen, de MIA richt zich daarentegen op milieuvriendelijke investeringen. In dit artikel wordt ingegaan op het concrete fiscale voordeel en de aanvraagprocedure van deze regelingen.

Fiscaal voordeel

Welke mogelijkheden er exact zijn voor de EIA of MIA, is vastgelegd in de Energielijst en Milieulijst. Deze lijsten worden jaarlijks vernieuwd en hierin staat welke bedrijfsmiddelen in aanmerking komen voor de verschillende regelingen en welke percentages er exact gelden. Valt een investering onder de EIA, dan komt 41,5% van deze investering in aanmerking voor een aftrek. Bij een VpB van 25% levert dit een netto voordeel van 10,4%. Voor de MIA is de bepaling iets complexer en worden verschillende categorieën gehanteerd. Afhankelijk van de categorie is een aftrek mogelijk van 13,5%, 27% of 36%. Bij een VpB van 25% levert de MIA een netto voordeel van 3,4%, 6,8% of 9% op. In enkele gevallen kan een investering voor zowel de EIA als de MIA in aanmerking komen. Beide regelingen mogen echter niet gecombineerd worden. Het is in deze uitzonderlijke gevallen over het algemeen verstandiger om voor de EIA te kiezen wegens het hogere netto fiscaal voordeel van 10,4%. Een sprekend voorbeeld van een EIA investering is LED verlichting (volgens de eisen gesteld in de Energielijst). Voor dit bedrijfsmiddel zijn in 2013 de meeste EIA aanvragen ingediend. Daarnaast zijn onder andere een papierloze printer of de aanleg van een groen dak op een kantoorpand investeringen die in aanmerking komen voor de MIA.

Meldingstermijn

Aanvragen voor EIA en MIA kunnen doorlopend worden ingediend via E-loket. Wel moet een aanvraag binnen drie maanden, na het aangaan van een investeringsverplichting, worden ingediend. De datum van een opdrachtbevestiging is bepalend voor deze drie maanden termijn (zowel mondeling als schriftelijk). Wanneer u van plan bent een energiebesparende of milieuvriendelijke investering te doen, is het dus voor EIA en MIA noodzakelijk dat u in een vroeg stadium bewust bent van de meldingstermijn en de aanvraagprocedure.

Aanvraagprocedure

De praktijk leert dat een EIA aanvraag binnen acht weken na indiening in behandeling wordt genomen door de RVO. Indien de aanvraag wordt goedgekeurd, wordt een beschikking gestuurd met daarin de hoogte van de investeringsaftrek. Na ontvangst van een beschikking mag de aftrek worden verrekend in de belastingaangifte. In tegenstelling tot de EIA, wordt voor de MIA geen beschikking gestuurd. Na het indienen van een MIA aanvraag, wordt een ontvangstbevestiging verzonden door de RVO. Na het ontvangen van deze bevestiging mag de investeringsaftrek al worden toegepast. De toepassing van de aftrek is echter wel op eigen risico. Na ontvangst van een acceptatiebrief (goedkeuring) mag de investeringsaftrek, zonder risico, worden toegepast.

Vooral bij hogere investeringsbedragen kan de RVO besluiten om een aanvraag te controleren. In het geval van de MIA kan dit zes tot twaalf maanden op zich laten wachten. De RVO vraagt aanvullende informatie betreffende het bedrijfsmiddel, de kosten en de data van het aangaan van de verplichting. Hiervoor zijn facturen (onderbouwing kosten), overzichten van de technische specificaties van de bedrijfsmiddelen en de opdrachtbevestiging (onderbouwing verplichtingsdatum) belangrijke documenten. Tijdens het indienen van een EIA of MIA aanvraag is het niet mogelijk om deze gegevens mee te sturen. Aan te raden is om de opdrachtbevestiging (ter bepaling datum investeringsverplichting), de offerte/factuur (ter bepaling kosten) en de technische specificaties te controleren, voordat u een aanvraag indient. Voor zowel de EIA als de MIA geldt dat de investeringsaftrek mag worden toegepast over het jaar waarin de verplichting is aangegaan. De betalingsdatum of datum van ingebruikname van het bedrijfsmiddel zijn niet bepalend.

Administratie

Indien er EIA of MIA is aangevraagd, moet er een administratie worden bijgehouden. Deze dient vijf jaar te worden bewaard voor een eventuele belastinginspectie. Voor deze administratie dient ten minste de offerte, de opdrachtbevestiging, de factuur en de betaalbewijzen te worden bewaard.

Controlethema’s Belastingdienst bij aangiften inkomstenbelasting 2013

Net als vorig jaar heeft de Belastingdienst bij de aangiften inkomstenbelasting weer verschillende service- en controlethema’s.

De service- en controlethema’s van het aangiftejaar inkomstenbelasting 2013 zijn:

  • zorgkosten, zoals dieetkosten en medicijnen
  • gastouders
  • zorgverleners die zorg verlenen aan houders van een persoonsgebonden budget
  • hypotheekverhoging
  • giften
  • vermogen in het buitenland en Belgisch pensioen
  • echtscheiding

De Belastingdienst heeft deze thema’s geselecteerd omdat in de aangiften bij deze thema’s relatief veel fouten worden gemaakt.

Als service stuurt de fiscus zo’n 700.000 particuliere belastingplichtigen een brief. In de brief wordt informatie gegeven over de service- en controlethema’s waarmee zij in hun aangifte te maken krijgen. Zo kunnen zij veelgemaakte fouten voorkomen. Ook wijst de fiscus hen op mogelijke vrijstellingen.

Aangifte opzettelijk niet betalen is strafbaar

Vanaf 1 januari 2014 zijn de regels als het gaat om het aangeven en betalen van aangiftebelastingen aangescherpt. Per die datum kan ook het niet of te laat betalen van bijvoorbeeld omzetbelasting of loonheffingen leiden tot een geldboete of gevangenisstraf.

Het komt weleens voor dat een belastingplichtige bijvoorbeeld een btw-nihilaangifte doet (als hij nog niet over alle relevante gegevens beschikt) en later alsnog een juiste aangifte indient. Tot 1 januari 2014 verviel het recht op strafvervolging op het moment dat de Belastingdienst de juiste aangifte ontving. Op 1 januari 2014 is hierin verandering gekomen. Het herstellen van een onjuiste aangifte door een juiste aangifte is uiteraard nog steeds mogelijk maar een late betaling kan men niet meer herstellen. In zulke gevallen kan de fiscus een geldboete opleggen aan de belastingplichtige, maar er kan vooral bij ernstige feiten ook een gevangenisstraf worden geëist.

Het eerst doen van een nihilaangifte wordt dus ten zeerste afgeraden.

Nieuwsbrief Aan de Orde 2014-1

Onze nieuwsbrief Aan de Orde 2014-1 is beschikbaar met o.a.

  • Tariefaanpassing aftrek kosten eigen woning
  • Aftrek rente financiering restschuld eigen woning
  • Collectieve pensioenregeling voor ZZP-ers
  • Fraudemaatregelen toeslagen
  • Bijtelling (zeer) zuinige auto van de zaak 2014
  • Aftrek levensonderhoud voor kinderen

U kunt deze hier downloaden AanDeOrde-2014-1

Subsidie oudere werknemers

U kunt straks een mobiliteitsbonus krijgen als u een uitkeringsgerechtigde van 56 jaar of ouder in dienst neemt. Thans is dit nog 50 jaar of ouder. De wijziging gaat naar verwachting in per 1 januari 2015. Neemt u thans een uitkeringsgerechtigde van 50 jaar of ouder of een arbeidsgehandicapte in dienst? Dan komt u in aanmerking voor een mobiliteitsbonus. U krijgt de mobiliteitsbonus maximaal 3 jaar. U krijgt:

•7.000 euro per jaar voor een uitkeringsgerechtigde van 50 jaar of ouder;

•7.000 euro per jaar voor een arbeidsgehandicapte die gaat werken en ten minste het minimumloon verdient;

•3.500 euro per jaar voor een arbeidsgehandicapte die met loondispensatie gaat werken.

Wanneer komt u in aanmerking?

•U neemt een uitkeringsgerechtigde van 50 jaar of ouder in dienst.

•U neemt een arbeidsgehandicapte in dienst.

•Heeft uw werknemer recht op beide premiekortingen? Dan past u alleen de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer toe. U mag de beide premiekortingen niet tegelijk toepassen.

•Uw werknemer heeft een doelgroepverklaring. Hierin staat dat hij een uitkering had op de dag vóór hij in dienst kwam. Hij vraagt deze verklaring aan bij UWV.

De werkgever past de premiekorting zelf toe bij de loonaangifte.

Flinke korting voor werkloze jongere vanaf 2014

Vanaf 2014 kunt u premiekorting krijgen voor uw werknemersverzekeringen als u een jongere werknemer met een uitkering in dienst neemt. Het kabinet wil hiermee de werkgelegenheid voor jongeren stimuleren. De regeling is tijdelijk en geldt tot 1 januari 2016. Neemt u vanaf 1 januari 2014 jongere werknemers (van 18 tot 27 jaar) aan? Dan ontvangt u de premiekorting vanaf 1 juli 2014. De hoogte van de premiekorting is 3.500 euro per jaar. Voor de periode van 1 juli 2014 tot 1 januari 2015 is de premiekorting dan 1.750 euro. U kunt premiekorting krijgen als u werknemers van 18 tot 27 jaar oud met een WW-uitkering of bijstandsuitkering aanneemt.

Wat zijn de voorwaarden?

  • De regeling is geldig zolang het arbeidscontract van de werknemer duurt, maar met een maximum van 2 jaar.
  • De werknemer moet bij u in dienst komen voor minimaal 32 uur per week.
  • De werknemer moet een arbeidscontract voor minimaal 6 maanden krijgen.

ANBO waarschuwt voor belastinginvullers

De ANBO waarschuwt maandag ouderen voor hulp bij het invullen van hun belastingformulier. Het komt volgens de ouderenbond regelmatig voor dat er belastinginvullers actief zijn die daarvoor helemaal niet de juiste papieren hebben.

Een van de meest voorkomende gevaren is het afgeven van ouderen van hun DigiD. ‘Een DigiD is strikt persoonlijk en moet net zo zorgvuldig bewaakt worden als een pincode.

Avanti Advisering heeft eigen overheidscertificaten, waardoor wij gemachtigd kunnen worden voor het invullen van de aangifte. Wees kritisch en zorgvuldig en ga niet zomaar op elk aanbod in!

Gebruikelijk loon DGA

Het minimumbedrag voor het gebruikelijk loon voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang wordt verhoogd tot 44.000 euro in 2014. In 2013 bedroeg dit loon 43.000 euro. Dit blijkt uit de tweede uitgave van de ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2014’ die onlangs door de Belastingdienst werd gepubliceerd. Volgens de gebruikelijk loonregeling hoort een aanmerkelijk belanghouder een loon te krijgen dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van zijn arbeid. Dit loon is minimaal 44.000 euro in 2014 (43.000 euro in 2013 en 42.000 euro in 2012).

Er mag worden uitgegaan van een lager salaris wanneer de aanmerkelijk belanghouder en de bv aantonen dat in het economische verkeer een lager salaris gebruikelijk is. Daarbij geldt als vergelijking soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt. Er moet worden uitgegaan van een hoger loon wanneer aannemelijk is dat in het economische verkeer een hoger loon gebruikelijk is. Het salaris wordt dan gesteld op een bedrag dat niet meer dan 30% afwijkt van het loon dat in het maatschappelijke verkeer gebruikelijk is.

Belastingdienst besteedt extra aandacht aan ondernemers die privé-uitgaven op de zaak boeken

De Belastingdienst gaat extra aandacht besteden aan ondernemers die privé-uitgaven op de zaak boeken. Na een pilot bij 360 ondernemers corrigeerde de fiscus 1, 3 miljoen euro aan kosten. Dit is mede aanleiding om de aangiften van een grotere groep onder de loep te nemen.

Ondernemers mogen alleen zakelijke kosten in mindering brengen op hun winst. Privékosten op de zaak boeken, drukt de winst en werkt concurrentievervalsend. De fiscus kwam tijdens een onderzoek een ondernemer tegen die een keuken van € 35.000 op de zaak boekte. Ook was er iemand die de kosten van een saunabezoek met de hele familie als zakelijke kosten op de winst afboekte. Ondernemers die kosten ten onrechte zakelijk hebben geboekt kunnen een navordering van de fiscus krijgen met een boete die kan oplopen tot 100%.

Dit project maakt deel uit van de inspanningen om toezicht en invordering door de Belastingdienst te versterken. Meer informatie over de aftrek van kosten voor ondernemers is te vinden onder ‘zakelijke kosten’ op www.belastingdienst.nl.