All posts by roos_dick

Nieuwsbrief Aan de Orde 2017-5

Onze nieuwsbrief Aan de Orde 2017-5 is beschikbaar met o.a.:

  • Zelfstandigenaftrek omlaag
  • Hypotheekbedrag voor tweeverdieners gaat omhoog
  • Minder tijd voor deponeren jaarrekening
  • Loondoorbetalingsplicht bij ziekte
  • ZZP-opdrachtgeversverklaring
  • De WWZ krijgt een facelift

U kunt deze hier downloaden AanDeOrde-2017-5

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2018

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 januari 2018 en luiden als volgt:

Leeftijd Staffeling Per maand Per week Per dag
22 jaar en ouder 100% € 1.578,00 € 364,15 € 72,83
21 jaar 85% € 1.341,30 € 309,55 € 61,91
20 jaar 70% € 1.104,60 € 254,90 € 50,98
19 jaar 55% €    867,90 € 200,30 € 40,06
18 jaar 47,50% €    749,55 € 172,95 € 34,59
17 jaar 39,50% €    623,30 € 143,85 € 28,77
16 jaar 34,50% €    544,40 € 125,65 € 25,13
15 jaar 30% €    473,40 € 109,25 € 21,85

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon. Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. In afwijking van bovenstaande gelden voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar de hiermee corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:

Leeftijd Staffeling BBL Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,50% € 970,45 € 223,95 € 44,79
19 jaar 52,50% € 828,45 € 191,20 € 38,24
18 jaar 45,50% € 718,00 € 165,70 € 33,14

 

Nieuwsbrief Aan de Orde 2017-4

Onze nieuwsbrief Aan de Orde 2017-4 is beschikbaar met o.a.:

  • Fiscus jaagt actief op schijnconstructies
  • Aflossingsvrije hypotheek risico 50-plusser
  • Alsnog uitkering voor zwangere zelfstandige
  • Nieuwe regels stukloon en meerwerk
  • Sociale Media is privézaak van werknemer
  • AFM: Risico’s bij MKB-crowdfunding

U kunt deze hier downloaden AanDeOrde-2017-4

Wilt u onze nieuwsbrief voortaan automatisch ontvangen? Schrijf u dan hier in.

Vraag tijdig BTW terug

Als u een factuur stuurt aan uw klanten, moet u de btw daarover direct aangeven en betalen. Betaalt uw klant de factuur uiteindelijk niet of maar gedeeltelijk, dan is uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar. Dan hebt u btw betaald die u niet ontvangen hebt. U kunt deze btw dan terugvragen.

Wanneer terugvragen?

U kunt de btw terugvragen zodra het zeker is dat uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. De vordering wordt vanaf 1 januari 2017 in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk 1 jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die tussen u en uw klant is overeengekomen. Als geen betalingstermijn is vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door uw klant.

Hoe terugvragen?

Het bedrag van de teruggaaf verwerkt u in de aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan of de 1-jaarstermijn is verstreken (is de oninbaarheid ontstaan vóór 1 januari 2017 dan moet u een brief sturen naar uw belastingkantoor waarin u om teruggaaf verzoekt). U mag kiezen of u het terug te vragen btw-bedrag opneemt als aftrekbare voorbelasting (vraag 5b van de aangifte) of als negatieve omzet met het daarbij behorende negatieve bedrag aan btw (vraag 1a of 1b van de aangifte).

Middeling sterk wisselende inkomens

Hebt u een sterk wisselend inkomen uit werk en woning? Dan betaalt u waarschijnlijk meer belasting dan wanneer u dat inkomen gelijkmatig verdeeld over een jaar krijgt. U kunt dan in aanmerking komen voor de middelingsregeling.

Met middeling berekent u uw gemiddelde inkomen over 3 aaneengesloten kalenderjaren. Dit is het middelingstijdvak. Vervolgens berekent u hoeveel belasting u per jaar moet betalen. Zijn de nieuwe belastingbedragen lager dan die van de eerdere aanslagen? Dan hebt u mogelijk recht op een teruggaaf.

Voor wie is middeling bedoeld?

Als u aan de voorwaarden voor middeling voldoet, krijgt u in de volgende situaties waarschijnlijk belasting terug:

  • U hebt na uw afstuderen een vaste baan gekregen en u had naast uw studie een bijbaan.
  • U hebt een ontslagvergoeding (‘gouden handdruk’) gekregen.
  • U bent in de afgelopen jaren gestart of gestopt met werken.
  • U werkt als freelancer of als ondernemer.
  • U hebt onbetaald verlof opgenomen (bijvoorbeeld voor een sabbatical).
  • U bent minder gaan werken.

Nog geen boetes uitgedeeld met nieuwe zzp-wet

Er zijn vooralsnog geen boetes uitgedeeld aan de opdrachtgevers die bewust schijnzelfstandigheid in de hand werken sinds de nieuwe wet voor zelfstandigen (zzp’ers) bestaat. Sinds 1 mei 2016 is de VAR-verklaring voor zzp’ers afgeschaft. Daarvoor in de plaats kwam de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA). Vanwege aanhoudende problemen met de nieuwe regels, is handhaving meerdere keren uitgesteld tot inmiddels 1 juli volgend jaar. Wiebes schreef destijds aan de Kamer dat dit niet geldt voor diegenen die bewust de regels overtreden, de zogenoemde kwaadwillenden.

Belangrijkste wetswijzigingen voor mkb’ers per 1 juli 2017

1. Tegengaan onredelijk lange betaaltermijnen

Om onredelijke lange betaaltermijnen tegen te gaan is het vanaf 1 juli 2017 niet meer mogelijk om een betaaltermijn langer dan 60 dagen af te spreken. Dit geldt voor grote ondernemingen die een overeenkomst sluiten met zzp’ers en/of het midden- en kleinbedrijf. Heeft u een overeenkomst met een groot bedrijf waarvan de betaaltermijn langer dan 60 dagen is? Deze wordt nietig verklaard en omgezet in een termijn van 30 dagen. Daarnaast is de afnemer wettelijk rente verschuldigd als de factuur na deze termijn van 30 dagen niet is voldaan.

2. Wijziging pensioen in eigen beheer

Heeft u als mkb’er een bv? Dan kan het zijn dat u pensioen heeft opgebouwd in uw eigen onderneming. Per 1 april jl. is het wetsvoorstel ‘Uitfasering pensioen in eigen beheer’ van kracht. Hierdoor is pensioenopbouw per 1 juli 2017 niet meer mogelijk. Het opgebouwde pensioen kunt u via een regeling afkopen en vrij maken. U kunt er ook voor kiezen uw opgebouwde pensioenrechten om te zetten in een oudedagsverplichting. U heeft hiervoor 3 jaar de tijd (2017, 2018 en 2019).

3. Vergoeding bij storing internet en telefoon

Internet- en telecombedrijven moeten bij storingen van mobiele en vaste internet- en telefoondiensten hun (zakelijke) klanten compenseren. Compensatie wordt per 1 juli 2017 verplicht bij een storing die langer duurt dan 12 uur. De vergoeding wordt gekoppeld aan de maandelijkse abonnementskosten. Het internet- of telecombedrijf kiest zelf de vorm van compensatie. Zoals extra beltegoed of teruggave van een deel van het abonnementsgeld. De klant moet hiermee wel akkoord zijn. Het internet- of telecombedrijf moet de compensatieregeling opnemen in de algemene voorwaarden.