All posts by roos_dick

Nieuwsbrief Aan de Orde 2015-4

Onze nieuwsbrief Aan de Orde 2015-4 is beschikbaar met o.a.:

  • De bijtelling van de auto in 2017
  • Vermogensrendementheffing op de schop
  • Pensioen in eigen beheer
  • Concurrentiebeding tijdelijke arbeidskracht
  • Uitbreiding vader- en zorgverlof
  • Voorstel versterking positie van curator
  • Reistijd van en naar opdracht is werktijd

 

U kunt deze hier downloaden AanDeOrde-2015-4

Profiteer nu nog van een lagere bijtelling

Bijna driekwart van de nieuw te verkopen zakelijke auto’s in 2016 komt in een hogere bijtellingscategorie terecht. Dat blijkt uit een doorrekening van VWE voertuiginformatie en -documentatie. De nieuwe bijtellingsregels die het kabinet wil doorvoeren, zorgen voor een massale uitstroom uit de voordelige bijtellingstarieven.

Personenwagens

Voor de cijfers is gekeken naar de personenwagens in het zakelijke segment die in de eerste acht maanden van 2015 aan de man zijn gebracht. In 2016 zou voor 72% van deze auto’s meer bijtelling betaald moeten worden. Voor de overige 28% zou het percentage gelijk blijven.

Plug-in hybrides

Vooral de bijtelling voor zogenoemde plug-in hybrides wordt in de bijtellingsregels voor 2016 fors verhoogd: van 7% nu naar 15% voor auto’s die volgend jaar worden afgeleverd. Andere zakelijke wagens gaan bijvoorbeeld van 14% naar 21% bijtelling of van 20% naar 25%. Plug-in’s zijn de laatste tijd erg populair onder leaserijders, aldus VWE. In de laatste maanden van dit jaar zullen volgens deskundigen nog veel van met name de plug-in’s verkocht zullen worden, omdat automobilisten nu nog kunnen profiteren van de lagere bijtelling.

In 2016 gelden de volgende percentages:

CO2-uitstoot (g/km) Bijtellingspercentage
0 (volledig elektrische auto’s) 4 procent
Minder dan 51 15 procent (was 7%)
51 t/m 106 21 procent (was 20%)
Meer dan 106 25 procent
Auto’s van 15 jaar of ouder 35 procent

Bijtelling in 2017 en verder

Vanaf 2019 geldt een generiek bijtellingstarief van 22 procent voor auto’s van de zaak. Dit betekent dat vanaf 2019 de hybride auto net zo zwaar belast wordt als ieder ander type wagen. In de tussentijd zijn er twee stappen: in 2017 is het 17 procent en het jaar erna (2018) nog 19 procent als je in die jaren zo’n auto koopt. Enige uitzondering is de volledig elektrische auto. Daarvoor blijft 4 procent bijtelling en vrijstelling van motorrijtuigen- en aanschafbelasting gelden.

Kostenvergoeding moet specifiek op loonstrook

Volgens de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) moet u vanaf 1 januari 2016 kostenvergoedingen aan werknemers op de loonstrook specificeren als u die als onderdeel van het loon bent overeengekomen.

Loonstrook en specificatie

Het vernieuwde artikel 626 BW verplicht om een gespecificeerde opgave van het loon aan de werknemer te verstrekken. Betekent dit dat alle kostenvergoedingen voortaan op de loonstrook moeten worden gespecificeerd?

U moet een kostenvergoeding op de loonstrook specificeren als deze kostenvergoeding niet naast het loon is overeengekomen,  maar onderdeel uitmaakt van het overeengekomen loon. Artikel 7:626 BW is gewijzigd zodat op de loonstrook het loonbedrag dient te staan,  en ‘de gespecificeerde bedragen waaruit dit is samengesteld’. Dit betekent dat u kostenvergoedingen die onderdeel zijn van het loon dient te specificeren.

Wat moet worden gespecificeerd?
Uit de specificatie moet duidelijk worden waarvoor de kostenvergoeding is bedoeld; voor huisvesting, maaltijden of uitgaven die niet voor het werk zijn gedaan. Op de loonstrook hoeft niet gespecificeerd te worden wanneer de maaltijden zijn gebruikt en welke dienstreizen exact zijn gemaakt. De omschrijving ‘algemene onkostenvergoeding’ volstaat dus niet, want die maakt niet duidelijk waarvoor de vergoeding is bedoeld. De werkgever moet deze kostenvergoeding dan alsnog specificeren. Doet hij dat niet en kan daardoor niet worden vastgesteld dat hij (het netto equivalent van) het wettelijk minimumloon heeft uitbetaald, dan wordt hem op grond van de WML een boete opgelegd.

Wat gebeurt er als de loonstrook niet voldoende gespecificeerd is?
Als de loonstrook niet voldoende gespecificeerd is heeft de werkgever op grond van de WML de mogelijkheid om met andere bescheiden de informatie te verstrekken die vereiste specificaties bevatten en aldus inzichtelijk te maken hoe het loon dat hij heeft uitbetaald is samengesteld en wat daar eventueel op is ingehouden. Als deze bescheiden onvoldoende zijn om de voorgeschreven gegevens voor de loonstrook daar uit af te leiden kan een boete worden opgelegd.

Bron: Notitie Rijksoverheid

Flexwerkers dupe van nieuwe berekening WW

Sinds 1 juli ontvangen flexwerkers en seizoenswerkers aanzienlijk minder WW. Dit komt door een wijziging in de manier waarop de werkloosheidsuitkering wordt berekend. De wijziging is in stilte doorgevoerd, waardoor de meeste mensen de maatregel is ontgaan, aldus De Volkskrant maandag.

IN STILTE

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zoeken hoefde de Tweede Kamer niet officieel over de wijziging te informeren, een publicatie in het Staatsblad was afdoende. Daardoor is de verandering in stilte aan velen voorbij gegaan in de zomermaand.

WIJZIGING

Flexwerkers en seizoenswerkers kregen voor 1 juli een WW-dagloon gebaseerd op het totaal verdiende loon in het jaar ervoor gedeeld door het aantal gewerkte dagen. De wijziging van Asscher houdt in dat de deler altijd 261 dagen wordt. Voor een flexwerker met inkomen voor een half jaar betekent dit dat de WW-uitkering tot 50% lager kan uitvallen.

GEVOLGEN

De gevolgen van de maatregel beginnen nu hun uitwerking te hebben op werklozen die een lagere uitkering ontvangen. Zoals bovenstaand rekenvoorbeeld aangeeft, zijn vooral flexwerkers en seizoenswerkers die korter dan een jaar hebben gewerkt de dupe van de maatregel. Volgens Asscher is de reden voor wijziging helder. ‘Het is raar dat iemand die kort gewerkt heeft een hogere uitkering kon krijgen dan iemand die lang heeft gewerkt.’

DEBAT TWEEDE KAMER

De Tweede Kamer heeft zich kritisch opgesteld tegenover de maatregel van Asscher. Er is een debat aangevraagd. Asscher zei zelf ook klachten te hebben gehad en heeft toegezegd goed naar de negatieve effecten te gaan kijken.

Vraag toeslag 2014 aan vóór 1 september

De eerste aanvragen voor de zorg-,  huur-, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget voor het jaar 2014 moeten gedaan worden voor 1 september 2015. Anders is het te laat en wordt de aanvraag niet meer toegekend.

Wanneer uitstel voor IB 2014 is verleend, kan er na 1 september een eerste aanvraag gedaan worden.

Lopende toeslagen wijzigen

Lopen de toeslagen al, maar moet daar nog een wijziging voor doorgegeven worden voor 2014, dan kan het lonen om dit ook voor 1 september te doen. Een definitieve beschikking duurt langer dan een voorschotbeschikking en kan verschil maken om het voor 1 september door te geven. Bijvoorbeeld bij een inkomstenwijziging doordat het definitieve inkomen nu bekend is van de Inkomstenbelasting, een huurprijswijziging of de uren van de kinderopvang. Als de definitieve beschikking nog niet op de deurmat is gevallen, kunnen de wijzigingen nog verwerkt worden en kan er een nieuwe voorschot beschikking uit rollen. Na 1 september worden alle wijzigingen verwerkt bij de definitieve beschikking.

Aan vooraf ingevulde aangifte valt geen vertrouwen te ontlenen

Uw aangifte wordt grotendeels door de Belastingdienst ingevuld.  Maar controleer de gegevens die zijn ingevuld zorgvuldig en vul ze aan of verbeter ze,  want u  bent er zelf verantwoordelijk voor dat uw aangifte juist en volledig is ingevuld.

In de navolgende casus ging het mis:

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X geen vertrouwen aan het vooraf ingevulde aangifteformulier kan ontlenen. Het is namelijk de verantwoordelijkheid van X om de aangifte op juistheid te controleren en eventueel aan te passen.

X doet, met behulp van de vooraf ingevulde aangifte van zijn vrouw,  samen met zijn vrouw IB-aangifte. Hierbij verantwoordt hij zijn Wajong-uitkering niet. De inspecteur legt, conform de aangifte, een VA op. Vervolgens legt de inspecteur de definitieve aanslag op, waarbij hij rekening houdt met de Wajong-uitkering. X is van mening dat de aanslag ten onrechte aan hem is opgelegd. Volgens hem was zijn inkomen in de aangifte reeds vooraf ingevuld en was de inspecteur dus op de hoogte van zijn inkomen. De inspecteur is van mening dat X, nu zijn Wajong-uitkering niet in de vooraf ingevulde aangifte van zijn vrouw was opgenomen, niet het vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat de Wajong-uitkering onbelast zou blijven.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de Wajong-uitkering tot het belastbaar inkomen uit werk en woning van X behoort. Verder is de rechtbank van mening dat X geen vertrouwen aan het vooraf ingevulde aangifteformulier kan ontlenen. Volgens de rechtbank is het namelijk de verantwoordelijkheid van X om de aangifte op juistheid te controleren en eventueel te wijzigen of aan te vullen voordat hij de aangifte indient. De aanslag is terecht en tot het juiste bedrag opgelegd.

Btw-alert app

Maakt u gebruik van de sms-alert van de Belastingdienst voor de btw-aangifte? Dan krijgt u geen sms meer om u te herinneren aan de btw-aangifte. U kunt voortaan gebruikmaken van de app ‘Btw-alert’.
Vanaf begin augustus herinnert de Belastingdienst u niet meer per sms aan uw btw-aangifte. Zij stoppen met deze service. In plaats daarvan kunt u de Btw-alert gebruiken, een app voor smartphones en tablets. De app ‘Btw-alert’ herinnert u aan de btw-aangifte op het moment dat het u uitkomt, en heeft daarnaast een aantal extra functionaliteiten, zoals een zoekfunctie voor betalingskenmerken.

De app is gratis te downloaden via de Google Play Store of via de Apple App Store.

thS0LE7EEA thVW9R9ACW

Aanpassing Regeling aanwijzing dga

Op 10 juli 2015 is een nieuwe Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder gepubliceerd die per 1 januari 2016 moet ingaan. Aanleiding voor de nieuwe regeling is de inwerkingtreding van de Wet Flex-BV met ingang van 1 oktober 2012. Daarnaast is in de nieuwe regeling rekening gehouden met ontwikkelingen in de jurisprudentie.

In de oude regeling was UWV bevoegd, in afwijking van de hoofdregel, een bestuurder niet als directeur-grootaandeelhouder aan te merken, indien deze door feiten en omstandigheden aantoonde daadwerkelijk ondergeschikt te zijn aan de algemene vergadering van de vennootschap. De oude regeling was niet volledig toegesneden op de Flex BV. Kern van de Wet Flex BV is de vrijheid tot inrichting van de besloten vennootschap, waaronder meer vrijheid in vormgeving en de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders. Op grond van de Wet Flex BV kan de vennootschap de positie van een bestuurder zo regelen dat deze wel of niet als dga wordt aangemerkt. Een beslissing over het al dan niet verzekerd zijn in afwijking van de regeling is daarmee overbodig geworden. Indien de bestuurder of de vennootschap een beslissing wil over het al dan niet bestaan van een verzekerde dienstbetrekking, kan het UWV of de inspecteur op verzoek van de bestuurder of de vennootschap bepalen of sprake is van een dienstbetrekking, die tot verzekering voor de werknemersverzekeringen leidt. De bevoegdheid tot vaststelling van de verzekeringsplicht berust bij de inspecteur indien het gaat om een verzoek van de werkgever (in dit geval de vennootschap), en bij het UWV, indien het gaat om vaststelling op verzoek van de werknemer (in dit geval de bestuurder).

 

Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016 (Stcrt 2015, 19073)

Recht op studiefinanciering?

Vanaf het studiejaar 2015-2016 kunnen mensen die recht hebben op studiefinanciering hun kosten voor boeken, les of collegegeld niet meer aftrekken in hun aangifte inkomstenbelasting.
Dit is een gevolg van de’ Wet studievoorschot hoger onderwijs’ dat door de Eerste Kamer (Kamerstuk 34 035) is aangenomen. Hierdoor zijn de belastingregels voor de aftrek van studiekosten veranderd.
Mensen die studeren aan het middelbaar beroepsonderwijs (MBO), hoger beroepsonderwijs (HBO) of wetenschappelijk onderwijs (WO) en die recht hebben op studiefinanciering, kunnen hun studiekosten vanaf het studiejaar 2015-2016 niet meer aftrekken.
Mensen die studeren aan de hiervoor genoemde instellingen en die geen recht op studiefinanciering, behouden hun aftrekrecht wel.

Commentaar:
Studenten (mbo, hbo en wo) met aanspraak op studiefinanciering hebben in het huidige stelsel in beginsel ook recht op aftrek van scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting.
Aftrek is mogelijk indien de aftrekbare studiekosten hoger zijn dan de bedragen aan basis- en aanvullende beurs waar men aanspraak op heeft (met inachtneming van de aftrekdrempel van € 250).
In de praktijk komt van de groep met aanspraak op een basisbeurs en/of aanvullende beurs, slechts een deel van de studenten aan aftrek toe als gevolg van de aanspraak op studiefinanciering.
Het gaat dan voornamelijk om thuiswonende studenten zonder of met een beperkte aanvullende beurs.
Deze studenten kunnen de aftrek overigens alleen direct verzilveren als er sprake is van voldoende inkomsten, en dat is vaak niet het geval.
Overige studenten met een aanspraak op basisbeurs en/of aanvullende beurs komen in de praktijk niet aan aftrek toe.
Daarnaast is er de groep met aanspraak op studiefinanciering die langer studeert dan de nominale studieduur en daarom geen aanspraak meer heeft op een basisbeurs en/of aanvullende beurs. Ook deze groep komt in beginsel voor aftrek in aanmerking,
Het totale budgettaire beslag van deze groepen met aanspraak op studiefinanciering op de regeling leidt met € 41 miljoen tot 14% van het totale budgettaire beslag van de aftrek scholingsuitgaven.
De aftrekmogelijkheden voor de eerstgenoemde groep studenten met aanspraak op een basisbeurs en/of aanvullende beurs zullen veranderen door invoering van het studievoorschot.
De student heeft daardoor immers niet langer aanspraak op studiefinanciering in de vorm van een basisbeurs.
Dit betekent dat deze studenten recht zouden krijgen op een hogere aftrek van scholingsuitgaven, waardoor fiscale weglek ontstaat (de belastingontvangsten dalen).
De weglek zou structureel € 155 miljoen bedragen.
Om de beoogde budgettaire opbrengst van het studievoorschot ten volle te kunnen benutten voor het hoger onderwijs, is in het regeerakoord vastgelegd dat fiscale weglek wordt voorkomen.
Dit kan door alle studenten met aanspraak op reguliere studiefinanciering, in welke vorm dan ook, voor de betreffende studie niet langer recht te geven op aftrek van scholingsuitgaven. Daarmee vervalt de huidige aftrekmogelijkheid.
Binnen de fiscale aftrek van scholingsuitgaven wordt geen onderscheid gemaakt naar soort of niveau van de opleiding.
Daarom wordt de fiscale aftrek voor scholingskosten zowel voor hbo- als voor mbo-studenten die aanspraak hebben op reguliere studiefinanciering afgeschaft.

Nieuwsbrief Aan de Orde 2015-3

Onze nieuwsbrief Aan de Orde 2015-3 is beschikbaar met o.a.:

  • Nieuw ontslagrecht per 1 juli 2015
  • Ondermaatse kwaliteit advies AOV-verzekeringen
  • Grensoverschrijdende werking erfrecht
  • ONL start nieuw financieringsplatform
  • Geen BTW-aftrek maaltijden werkoverleg
  • Kabinet komt met alternatief plan Box 3
  • Sterkere positie opdrachtgever in de bouw
  • Minimum (jeugd)loon per 1 juli 2015

 

U kunt deze hier downloaden Aan De Orde-2015-3