All posts by roos_dick

Vraag middeling aan bij wisselende inkomens

Mensen met een sterk wisselend inkomen in box 1 kunnen met een beroep op de middelingsregeling een vermindering van belasting verkrijgen. De inkomens over drie opeenvolgende jaren worden gemiddeld waarna de belasting per jaar over het gemiddelde inkomen wordt berekend. Het verschil tussen de eerder berekende belasting en de herrekende belasting, verminderd met een drempelbedrag van € 545, wordt op verzoek teruggegeven. Een verzoek om middeling moet worden ingediend binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag over de drie kalenderjaren van het gekozen middelingstijdvak definitief vaststaat.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Aftrekposten hoogste tariefschijf

Aftrek van betaalde hypotheekrente en persoonsgebonden aftrek in de hoogste tariefschijf gaat in 2021 tegen 43% in plaats van tegen het tabeltarief van 49,5%. In 2022 daalt het aftrektarief naar 40%. De hoogste tariefschijf begint in 2021 bij een inkomen van € 68.507 en in 2022 bij € 69.398.

Persoonsgebonden aftrek

Onder de persoonsgebonden aftrek vallen de volgende aftrekposten:

  • uitgaven voor onderhoudsverplichtingen;
  • uitgaven voor specifieke zorgkosten;
  • weekenduitgaven voor gehandicapten;
  • scholingsuitgaven; en
  • aftrekbare giften.

Het zo mogelijk naar voren halen van uitgaven die kwalificeren als persoonsgebonden aftrek of het in 2021 vooruit betalen van hypotheekrente over de eerste helft van 2022 kan voordelig zijn.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Los (extra) af op uw hypotheek

Gezien de lage of zelfs negatieve rente op spaartegoeden kan het aantrekkelijk zijn om (extra) af te lossen op de hypotheekschuld. Hoewel de hypotheekrente nog steeds heel laag is, ligt deze toch hoger dan de spaarrente. Boetevrije aflossing is vaak mogelijk tot 10 of zelfs 20% van de oorspronkelijke hoofdsom. Aflossing met spaargeld verlaagt bovendien het vermogen in box 3, waardoor u mogelijk minder belasting betaalt.

Heeft u de rente in het verleden voor langere tijd vastgezet op een hoger niveau dan de huidige rente? Informeer bij de bank naar de mogelijkheid van rentemiddeling of vraag eens wat het kost aan boeterente om het contract open te breken en de rente op een lager niveau vast te zetten. Omdat er altijd een deel extra mag worden afgelost, kan dit voordelig zijn. De boeterente die u bij vervroegde aflossing moet betalen is aftrekbaar.

Tip! Oriënteer u ook eens bij andere geldverstrekkers. Ondanks de kosten van een nieuwe hypotheek kunt u voordeliger uit zijn door over te stappen. Denk eens aan uw eigen bv als geldverstrekker voor uw hypotheek.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning

De vrijstelling voor schenkingen die verband houden met de financiering van een eigen woning is verruimd tot een bedrag van € 105.302 in 2021. Om van deze vrijstelling gebruik te maken hoeft er geen familierelatie tussen schenker en verkrijger te zijn. De verkrijger moet tussen 18 en 40 jaar oud zijn. Het bedrag van € 105.302 wordt verminderd met eerder toegepaste verhoogde vrijstellingen, voor zover het gaat om schenkingen van ouders aan kinderen voor de eigen woning of de studie. De verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning staat politiek ter discussie. De vraag is hoelang deze vrijstelling blijft bestaan.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Premies lijfrenteverzekeringen

Betaalde premies voor lijfrenteverzekeringen zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Voor iemand die op 1 januari de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt bedraagt de aftrekbare premie, dat is de jaarruimte, in 2021 13,3% van de premiegrondslag. De jaarruimte is maximaal € 13.236. De jaarruimte wordt verminderd met de opbouw van pensioenaanspraken en dotaties aan de oudedagsreserve. Wie in de voorgaande zeven jaren de jaarruimte niet of niet geheel heeft benut, kan gebruik maken van een aanvullende aftrek. Deze zogenoemde reserveringsruimte bedraagt 17% van de premiegrondslag in het jaar van aftrek. Er geldt een maximum van € 7.489.

Voor wie aan het begin van het kalenderjaar maximaal tien jaar jonger is dan de AOW-leeftijd wordt dit maximum verhoogd tot € 14.785. De premiegrondslag is het totaal van de winst uit onderneming, het resultaat uit werkzaamheden en het inkomen uit arbeid in het vorige jaar, met een maximum van € 112.189 en verminderd met de franchise ter grootte van € 12.672.

Voor tijdelijke oudedagslijfrenten geldt als voorwaarde voor aftrekbaarheid van de premie dat het bedrag van de jaarlijkse uitkering niet hoger mag zijn dan € 22.443. De uitkeringen mogen niet eerder ingaan dan in het jaar waarin men de AOW-leeftijd bereikt.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Verrekening te weinig gewerkte uren niet toegestaan

Een werkgever hield de gewerkte uren van zijn werknemers bij met een registratiesysteem, waarop de werknemers moesten in- en uitklokken. Als een werknemer korter werkte terwijl er geen sprake was van ziekte, calamiteiten- of zorgverlof, merkte de werkgever de minder gewerkte tijd aan als vakantieverlof. Extra gewerkte uren werden als overuren bij het verlofsaldo opgeteld.

Bij het einde van het dienstverband voor bepaalde tijd van een werknemer heeft de werkgever een bedrag van € 2.655 bruto voor 246 verlofuren verrekend met € 1.870 bruto voor het salaris over de laatste maand en € 1.337 bruto aan vakantiebijslag. De werknemer vorderde betaling van het volledige bedrag aan salaris en vakantiebijslag.

Volgens de kantonrechter kan een eventueel tekort aan gewerkte uren niet eenzijdig door de werkgever worden aangemerkt als opgenomen verlof. De werkgever hanteerde in de praktijk een tijd voor tijdsysteem, waarbij op een werkdag minder gewerkte uren konden worden gecompenseerd  door op een andere dag langer te werken. Op de werkgever rust bij een dergelijk systeem de zorgplicht te voorkomen dat het inhalen van niet gewerkte uren feitelijk onmogelijk wordt. Dat geldt zeker bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Volgens de kantonrechter kan een werknemer niet meer verlof opnemen dan waarop hij op grond van de wet of de arbeidsovereenkomst recht heeft. Indien meer dagen verlof met behoud van loon zijn genoten zonder dat de werkgever met uitbreiding van het aantal verlofuren heeft ingestemd, komt dit in beginsel voor rekening van de werknemer en bestaat geen aanspraak op loon. Het is niet zonder meer mogelijk in een jaar teveel opgenomen verlof als het ware te compenseren met een overeenkomstige vermindering van het verlof in een volgend arbeidsjaar. Dat geldt zeker als dit ertoe zou leiden dat een werknemer minder dan het wettelijk minimum aan verlof in dat jaar kan opnemen.

De kantonrechter stelde vast dat de werknemer ten minste 14,81 dagen teveel vakantieverlof heeft opgenomen gedurende de arbeidsovereenkomst. Op de werkgever rust de plicht erop toe te zien dat geen te groot negatief verlofsaldo ontstaat. Ook binnen het tijd-voor-tijdsysteem mag het negatieve saldo niet zo groot worden dat dit tijdens het dienstverband niet meer kan worden ingehaald. Uiteraard is ook de werknemer zelf daarvoor verantwoordelijk. Volgens de kantonrechter kwam het niet volledig verrichten van de overeengekomen arbeid in dit geval niet voor rekening van de werknemer. Door de arbeidsovereenkomst niet te verlengen bij een negatief verlofsaldo van grote omvang heeft de werkgever de werknemer de gelegenheid ontnomen op een redelijke termijn de onvoldoende gewerkte uren goed te maken. De werkgever mocht geen verlofuren met de eindafrekening verrekenen.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBMNE20214713, 8609911 | 28-09-2021

Bedenktermijn ontslag wederzijds goedvinden

In het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat een werknemer het recht heeft om een schriftelijke overeenkomst ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werknemer dient daartoe binnen veertien dagen na de datum waarop de beëindigingsovereenkomst tot stand is gekomen een schriftelijke verklaring aan de werkgever te sturen. Deze verklaring heeft alleen het gewenste rechtsgevolg als deze door de werkgever binnen de bedenktermijn is ontvangen. De bedenktermijn is in de wet opgenomen om de werknemer extra bescherming te bieden. Bepalend voor de vraag wanneer de termijn is gaan lopen is het moment waarop partijen de beëindigingsovereenkomst zijn aangegaan.

In een kortgedingprocedure stelde de kantonrechter aan de hand van de e-mailcorrespondentie tussen de gemachtigden van partijen vast dat partijen op 1 maart 2021 over alle van belang zijnde punten overeenstemming hebben bereikt. Op die dag is de werknemer akkoord gegaan met de vaststellingsovereenkomst. Dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst op 26 februari 2021 is geëindigd om de opzegtermijn zo kort mogelijk te houden, staat los van de vraag wanneer partijen feitelijk schriftelijk overeenstemming hebben bereikt, aldus de kantonrechter. De werknemer heeft op 15 maart 2021 een beroep gedaan op het recht om de vaststellingsovereenkomst te ontbinden. De vaststellingsovereenkomst is tijdig, binnen de termijn van veertien dagen, ontbonden. Het gevolg van de ontbinding is derhalve dat de arbeidsovereenkomst is blijven bestaan. De kantonrechter heeft de werkgever veroordeeld tot het nakomen van zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, waaronder betaling van het loon en emolumenten, totdat de arbeidsovereenkomst op een rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBNHO20219155, 9258837 \ VV EXPL 21-83 | 05-07-2021

Regeling ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven geldt ook in derde kwartaal

De regeling ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven (OVK) is ook voor het derde kwartaal van 2021 opengesteld. De aanleiding hiervoor is dat veel landbouwbedrijven tegen het voor de TVL geldende maximum aan subsidie van € 225.000 aanlopen. Dat maximum is gesteld in het Europese staatssteunkader. De noodzaak voor een aanvullende regeling is daardoor groot.

De OVK voor het derde kwartaal wijkt qua voorwaarden niet af van de voorgaande regeling. Het tijdelijke steunkader van de EU bepaalt dat alle steun uiterlijk op 31 december 2021 moet zijn verleend. De regeling vervalt daarom per die datum. Dat betekent dat na 31 december 2021 er geen grondslag meer is om subsidie te verlenen en voor 1 januari 2022 een besluit over het verstrekken van subsidie moet zijn genomen.

Vooruitlopend op de publicatie van deze regeling is het loket voor de OVK bij RVO.nl al op 14 oktober 2021 geopend.

Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | besluit | nr. WJZ/21204950, Staatscourant 2021, Nr. 44621 | 26-10-2021

Vaststellingsloket NOW-2 langer open

De staatssecretaris van SZW heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over enkele wijzigingen van de NOW-regelingen. De termijn van veertien weken, die werkgevers hebben om een vaststellingsaanvraag aan te vullen met een accountantsverklaring, gaat ook gelden voor werkgevers die een derdenverklaring nodig hebben. Deze wijziging geldt voor de NOW-1, 2, 3 en 4.

De sluitingsdata van alle tranches van de NOW-3 worden samengetrokken met de sluitingsdatum van het vaststellingsloket NOW-4 en vastgesteld op 22 februari 2023.

Het vaststellingsloket van de NOW-2 wordt langer opengesteld, namelijk tot 31 maart 2022. Het UWV heeft aangegeven het NOW-4 loket per 31 maart 2022 te zullen openen.

 Tranche  Periode  Opening loket  Sluiting loket
 NOW-1  maart t/m/ juni 2020   7 oktober 2020  31 oktober 2021
 NOW-2   juni t/m september 2020  14 maart 2021  31 maart 2022
 NOW-3.1  oktober t/m december 2020   4 oktober 2021  22 februari 2023
 NOW-3.2  januari t/m maart 2021  31 januari 2022  23 februari 2023
 NOW-3.3  april t/m juni 2021  31 januari 2022  23 februari 2023
 NOW-4    31 maart 2022  23 februari 2023

 

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | 2021-0000163856 | 25-10-2021