Category Archives: Belastingplan

Belastingplan 2021: wijzigingen voor ondernemers

Zelfstandigenaftrek

Vorig jaar is besloten om de zelfstandigenaftrek met ingang van 2020 in acht stappen van € 250 en één stap van € 280 te verlagen naar € 5.000 in 2028. Dit jaar wordt voorgesteld om de zelfstandigenaftrek aanvullend met € 110 per jaar te verlagen. Dat betekent dat vanaf 1 januari 2021 de zelfstandigenaftrek wordt verlaagd met € 360 per jaar en per 1 januari 2028 met € 390. In de jaren daarna daalt de zelfstandigenaftrek met € 110 tot € 3.240 in 2036.

Vrijstelling TOGS en TVL

Eerder is aangekondigd dat de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) en de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) worden vrijgesteld van belastingheffing. Vooruitlopend op wetgeving is in een beleidsbesluit geregeld dat deze vergoedingen niet tot de winst behoren. Dat wordt nu wettelijk vastgelegd.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2020

Belastingplan 2021: wijzigingen inkomstenbelasting

Arbeidskorting

Ter compensatie van de verlaging van de zelfstandigenaftrek voor ondernemers is vorig jaar geregeld dat de arbeidskorting in 2020 en 2021 met € 106 wordt verhoogd en in 2022 met € 73. De verhoging van de arbeidskorting uit 2022 wordt naar voren gehaald en in 2021 toegepast.

Tarieven

Het tarief van de loon- en inkomstenbelasting in de eerste schijf daalt ten opzichte van 2020 met 0,25 procentpunt. De verdere verlaging in 2021 valt weg tegen verhogingen ter compensatie van de lagere zorgpremies en van het hogere kindgebonden budget en de hogere ouderenkorting.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

De IACK wordt in 2021 verlaagd met € 113. In 2022 wordt de IACK verhoogd met € 77. Deze maatregel is het gevolg van een arrest van de Hoge Raad over de IACK voor co-ouders. De gevolgen van dit arrest voor de schatkist worden gedekt door een structurele verlaging van het maximale bedrag van de IACK met € 36. Ter compensatie van de derving over 2019 en 2020 wordt de maximale IACK in 2021 eenmalig met € 77 verlaagd. Per 1 januari 2022 vervalt deze verlaging.

Bijtelling elektrische auto met zonnepanelen

Voor elektrische auto’s geldt een korting op de bijtelling in de loon- en inkomstenbelasting. Deze korting bedraagt 14% in 2020, 10% in 2021, 6% in 2022 tot en met 2024 en 5% in 2025. Met ingang van 1 januari 2026 vervalt de korting op de bijtelling. De korting geldt voor een deel van de catalogusprijs. Dit deel bedraagt € 45.000 in 2020 en € 40.000 in 2021 en volgende jaren. Voor emissievrije auto’s met een waterstofmotor geldt de korting op de bijtelling voor de gehele catalogusprijs. Met ingang van 1 januari 2021 geldt dat ook voor zonnecelauto’s.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2020

Overzicht verwachte maatregelen Belastingplan 2021

Op verzoek van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer hebben de staatssecretarissen van Financiën een overzicht gegeven van de maatregelen en wetsvoorstellen die zullen worden opgenomen in het pakket Belastingplan 2021. Het betreft onder meer:

  1. het verhogen van het effectieve tarief voor de innovatiebox van 7 naar 9%;
  2. het aanscherpen van de renteaftrekbeperking om belastingontwijking in specifieke gevallen te voorkomen;
  3. aanpassing van het heffingsmoment bij aandelenoptierechten voor startups;
  4. aanpassing van de korting op de bijtelling voor zonnecelauto's; 
  5. reparatie van een onbeoogde wijziging van het eigenwoningforfait bij uitzending;
  6. verduidelijking van de regeling kleinschaligheidsinvesteringsaftrek;
  7. vervroegen van het belastbaar feit in de bpm van moment van tenaamstelling naar moment van inschrijving;
  8. aanpassing van de schijfgrenzen en tarieven in de bpm voor 2021 tot en met 2025;
  9. aanpassing van de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad;
  10. vrijstelling van de tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS);
  11. fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting;
  12. de tijdelijke verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling.

Het pakket Belastingplan 2021 zal zoals gebruikelijk uit meerdere wetsvoorstellen bestaan. Naast de wetsvoorstellen Belastingplan 2021 en Overige fiscale maatregelen 2021 wordt een wetsvoorstel opgesteld voor een verbeterd toeslagenstelsel. Daarnaast worden diverse fiscale coronamaatregelen in een wetsvoorstel bij het pakket Belastingplan 2021 opgenomen. Tot slot is het streven om het wetsvoorstel CO2-heffing industrie op te nemen in het Belastingplan 2021.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2020-0000076429 | 28-05-2020

Kamervragen Belastingplan 2021

De vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën gevraagd om aan te geven welke maatregelen in het pakket Belastingplan 2021 zullen worden opgenomen. De commissie wil weten of het kabinet mogelijkheden ziet om deze maatregelen in aparte wetsvoorstellen op te nemen. Daarnaast vraagt de commissie of het mogelijk is om het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2021 en enkele andere wetsvoorstellen eerder in te dienen dan in de maand juli van dit jaar.

De staatssecretaris is voornemens om het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2021 al in april in te dienen. Het wetsvoorstel ter beperking van de liquidatie- en stakingsverliesregeling in de vennootschapsbelasting zal uiterlijk in juli worden ingediend. Wanneer het wetsvoorstel gegevensverwerking Belastingdienst kan worden ingediend is nog onzeker. De staatssecretaris wil dit wetsvoorstel voor de zomer voor internetconsultatie publiceren. In september wordt het wetsvoorstel CO2-heffing voor de industrie ingediend.

Het streven is om het Belastingplan zo veel mogelijk in omvang te beperken. In verband met de motie over aanpassing van het toeslagenstelsel zal het komende Belastingplan de eerste verbeteringen daarvan bevatten. De fiscale maatregelen in het Belastingplan vloeien voort uit het regeerakkoord, besluitvorming over de begroting en/of jurisprudentie. Het betreft maatregelen die per januari in werking moeten treden of op dat moment voor de uitvoering door de Belastingdienst bekend moeten zijn. Een van de maatregelen zal zijn de vorig jaar op Prinsjesdag aangekondigde verhoging van het tarief in de innovatiebox.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2020-0000003280 | 27-02-2020

Belastingplan 2020 c.s. aangenomen door Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft de wetsvoorstellen die het Belastingplan 2020 vormen aangenomen. Het gaat om de volgende wetsvoorstellen:

  • Het eigenlijke Belastingplan 2020 (wetsvoorstel nummer 35.302)
  • Overige fiscale maatregelen 2020 (nummer 35.303).
  • Fiscale maatregelen Klimaatakkoord (nummer 35.304)
  • Bronbelasting 2021 (nummer 35.305)
  • Afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven (nummer 35.306)
  • Implementatie richtlijn harmonisatie en vereenvoudiging handelsverkeer tussen lidstaten (nummer 35.307)
  • Implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD2, nummer 35.241)
  • Implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (nummer 35.255).

De Eerste Kamer heeft ook gestemd over een aantal moties die tijdens de behandeling van de wetsvoorstellen zijn ingediend. Een motie waarin gevraagd wordt om een onderzoek naar vereenvoudiging van het belastingstelsel is aangenomen. Dat geldt ook voor een motie betreffende de ODE-heffing (opslag duurzame energie. In de motie wordt gevraagd om de lastenstijging, die door deze heffing voor een aantal bedrijfssectoren optreedt, te matigen. De derde aangenomen motie betreft het voorkomen van dubbele belastingheffing door de uitvoering van de antibelastingontwijkingsrichtlijn.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 35302 | 19-12-2019

Nota n.a.v. verslag Belastingplan 2020

De wetsvoorstellen, die tot het Belastingplan 2020 behoren, zijn in behandeling bij de Eerste Kamer. De staatssecretaris van Financiën heeft de nota’s naar aanleiding van het verslag betreffende deze wetsvoorstellen naar de Eerste Kamer gestuurd.

In de nota naar aanleiding van het verslag betreffende het eigenlijke Belastingplan 2020 gaat de staatssecretaris in op procedures over de belastingheffing in box 3. Nadat de Hoge Raad in massaalbezwaarprocedure over de belastingheffing in box 3 in de jaren 2013 en 2014 heeft geoordeeld dat geen sprake is van een schending op regelniveau van het recht op het ongestoorde genot van eigendom, worden er over dit onderwerp procedures gevoerd bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Uitspraken van het EHRM zijn bindend voor de staat ten aanzien van het voorgelegde geval. Een bestuursorgaan of rechter zal in vergelijkbare openstaande en nieuwe zaken bij het nemen van een beslissing rekening moeten houden met de uitspraak van het EHRM. De staatssecretaris heeft toegezegd dat, indien het EHRM in deze procedures over de jaren 2013 en 2014 op regelniveau een schending van het recht op het ongestoorde genot van eigendom vaststelt en in die procedures een financiële genoegdoening toekent aan de indieners van de klacht, deze overeenkomstig wordt toegekend aan de belastingplichtigen die onder de massaalbezwaarprocedure vallen. De staatssecretaris beperkt zich tot die belastingplichtigen voor wie het EHRM ook een dergelijke schending zou hebben vastgesteld.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2019-0000205292 | 12-12-2019

Memorie van antwoord overige fiscale maatregelen 2020

De staatssecretaris van Financiën heeft de memories van antwoord inzake de tot het pakket Belastingplan 2020 behorende wetsvoorstellen naar de Eerste Kamer gestuurd. Een van de voorstellen is de Wet overige fiscale maatregelen 2020.

Een van de vragen is of overwogen is om aanvragen voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) continu in plaats van vier keer per jaar mogelijk te maken. Het is op ieder gewenst moment mogelijk om een S&O-aanvraag in te dienen. Een aanvraag moet betrekking hebben op een tijdvak van minimaal drie maanden. Perioden waarop aanvragen betrekking hebben mogen elkaar niet overlappen. Dat betekent dat het niet mogelijk is om meer dan vier aanvragen per jaar te doen.

Ten aanzien van de aanpassing van de inkeerregeling is het kabinet van mening dat mensen, die zelf tot inkeer komen, beter moeten worden behandeld dan belastingontduikers die ervoor kiezen om af te wachten. Dat komt tot uitdrukking in de wettelijke bepaling dat inkeer een boetematigende omstandigheid is.

De earningsstrippingmaatregel verandert door de voorgestelde aanpassingen niet inhoudelijk. Ter verbetering van de rechtszekerheid en de uitvoerbaarheid wordt voor de regeling van de earningsstrippingbeschikking aansluiting gezocht bij de regeling voor verliesverrekening, waarbij gebruik wordt gemaakt van beschikkingen. In dit wetsvoorstel wordt geregeld dat een beschikking kan worden herzien vanwege een nieuw feit, kwade trouw of een kenbare fout. Verder wordt geregeld dat een beschikking wordt gegeven indien het voortgewentelde saldo aan renten van een eerder jaar in aftrek komt bij het bepalen van de winst van een later jaar. De beschikking geeft zekerheid over het saldo aan renten dat in latere jaren in aftrek kan worden gebracht.

In verband met de voorgestelde aanpassing van de regeling van de belastingrente is gevraagd of het niet logischer zou zijn om alleen belastingrente in rekening te brengen voor zover de verschuldigde belasting hoger is dan de belasting conform de ingediende aangifte. De staatssecretaris ziet geen aanleiding om de belastingrenteregeling op dit punt aan te passen. In de praktijk wordt eerst een voorlopige aanslag conform aangifte vastgesteld. Eventuele correcties worden verwerkt in de definitieve aanslag. Dat zal er in veel gevallen toe leiden dat belastingrente wordt berekend op de wijze die de vragensteller heeft bedoeld. In antwoord op de vraag om het tarief van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting gelijk te trekken met de overige belastingrentes zegt de staatssecretaris dat de budgettaire derving daarvan op € 120 miljoen uitkomt. Het budget daarvoor ontbreekt.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2019-0000201124 | 05-12-2019

Eigenwoningforfait 0,6% in 2020

De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de indexering van het eigenwoningforfait per 1 januari 2020. De wettelijke indexering daarvan vindt plaats aan de hand van de ontwikkeling van het indexcijfer van de woninghuren (stijging van 2,58%) en de ontwikkeling van de woningwaarden (stijging van 8,6%). Het op basis daarvan berekende eigenwoningforfait wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van 0,05%-punt. Deze indexering leidt voor 2020 niet tot een wijziging. Op grond van het Belastingplan 2019 wordt het eigenwoningforfait per 1 januari 2020 verlaagd met 0,05%-punt tot 0,6%.

In dezelfde brief heeft de staatssecretaris de hoogte van de arbeidskorting na indexering meegedeeld. De indexering van de arbeidskorting wordt niet alleen door de tabelcorrectiefactor bepaald, maar ook door de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon. Voor het jaar 2020 is het verloop van de arbeidskorting na indexatie en voorgestelde beleidsmatige wijzigingen als volgt.

 Arbeidsinkomen  Arbeidskorting  Maximaal
 Tot € 9.921  2,812% van arbeidsinkomen  € 279
 Van € 9.921 tot € 21.430  € 279 + 28,812% van het meerdere  € 3.595
 Van € 21.430 tot € 34.954  € 3.595 + 1,656% van het meerdere  € 3.819
 Van € 34.954 tot € 98.604  € 3.819 – 6,0% van het meerdere  –
 Vanaf € 98.604  nihil  
Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2019-0000191778 | 21-11-2019

Tweede Kamer heeft Belastingplan 2020 aangenomen

De Tweede kamer heeft de wetsvoorstellen, die samen het pakket Belastingplan 2020 vormen, aangenomen. Ook het wetsvoorstel implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD2) en het wetsvoorstel implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (DAC6) zijn aangenomen.

De Tweede Kamer heeft via amendementen enkele wijzigingen aangebracht. Zo wordt in de tonnageregeling het winstplafond voor niet-vervoerswerkzaamheden vervangen door een bruto-omzetplafond en wordt de heffingsvermindering in de verhuurderheffing uitgebreid naar meer regio’s dan alleen schaarstegebieden. Verder heeft de Tweede Kamer afgedwongen dat het Koninklijk Besluit dat de inwerkingtreding van de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven regelt, vooraf zal worden voorgelegd aan de Tweede en de Eerste Kamer.

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van het Belastingplan 2020 ook een aantal moties aangenomen. Het gaat onder meer om de volgende moties:

  • Een motie waarin gevraagd wordt ervoor te zorgen dat de glastuinbouw een beroep kan doen op de SDE+-regeling voor de verduurzaming van kassen, voor de aanschaf van zonnepanelen en voor geothermie.
  • Een motie waarin gevraagd wordt onderzoek te doen naar de effecten van verstoringen in het globaal evenwicht binnen de inkomstenbelasting.
  • Een motie waarin gevraagd wordt onderzoek te doen naar modernisering van de reiskostenvergoeding.
  • Een motie waarin gevraagd wordt om een onafhankelijke toetsing van de budgettaire gevolgen van de omzetting van NEDC1 naar NEDC2 en van NEDC2 naar WLTP voor de bpm.
  • Een motie om bij de bouwstenen voor een nieuw belastingstelsel ook mogelijkheden voor hogere belastingen op vermogens boven € 1 miljoen te onderzoeken.
  • Een motie om de Algemene Rekenkamer op te dragen te onderzoeken welk rendement in box 3 in de jaren 2013 tot en met 2016 zonder te veel risico’s haalbaar was.
Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2019-0000191778 | 21-11-2019

Maatregelen loonbelasting

Aanpassingen werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) regelt de behandeling in de loonbelasting van vergoedingen en verstrekkingen die een werkgever aan werknemers verstrekt. Het Belastingplan bevat vier wijzigingen in de WKR.

Ten eerste wordt de vrije ruimte vergroot van 1,2 naar 1,7% van de fiscale loonsom tot een bedrag van € 400.000. Boven dat bedrag blijft de vrije ruimte 1,2%.

Ten tweede komt voor de vergoeding voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) een gerichte vrijstelling.

De derde wijziging betreft het verlengen van het uiterste moment voor aangifte en afdracht van de eindheffing. Bij het overschrijden van de vrije ruimte is de werkgever een eindheffing verschuldigd. Deze moet nu uiterlijk met de aangifte over het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar worden aangegeven. Voorgesteld wordt om de termijn te verlengen tot de aangifte over het tweede aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar.

De vierde wijziging betreft de waarde van producten uit eigen bedrijf. De waarde van producten uit eigen bedrijf die aan werknemers worden verstrekt, wordt in sommige gevallen bepaald op het door de werkgever aan derden in rekening te brengen bedrag. Voor branche-eigen producten die worden verstrekt aan werknemers bestaat een kortingsregeling. Die bestaat uit een gerichte vrijstelling van 20% van de waarde in het economisch verkeer. Voorgesteld wordt om de waarde van de producten uit eigen bedrijf steeds te stellen op de waarde in het economisch verkeer.

Indexeren van vrijwilligersregeling

Vrijwilligers kunnen belastingvrij vergoedingen en verstrekkingen ontvangen tot een bedrag van € 170 per maand en van € 1.700 per kalenderjaar. Met ingang van 1 januari 2020 worden deze bedragen jaarlijks geïndexeerd. Het maximumbedrag per kalenderjaar zal worden afgerond op een veelvoud van € 100.

S&O-afdrachtvermindering

Voorgesteld wordt het aantal momenten waarop een S&O-verklaring kan worden aangevraagd uit te breiden van drie naar vier per jaar. Verder wordt voorgesteld om het uiterste moment van indienen van een aanvraag te stellen op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft in plaats van ten minste één maand voorafgaand aan die periode. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor aanvragen die betrekking hebben op de periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar. Daarvoor geldt als uiterste indieningsdatum 20 december van het voorafgaande kalenderjaar.

Bijtelling elektrische auto

De bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak bedraagt standaard 22% van de catalogusprijs. Voor auto’s met een nihiluitstoot geldt een korting op de bijtelling. Deze korting blijft ook na 2020 bestaan, maar wordt wel aangepast. Het deel van de catalogusprijs waarop de korting op de bijtelling van toepassing is, gaat in 2020 omlaag naar € 45.000 en in 2021 naar € 40.000. Daarna wordt dit niet meer aangepast. De korting op de bijtelling bedraagt nu 18%-punt. Dit wordt per 1 januari 2020 14%-punt. Er geldt dan een verlaagde bijtelling van 8% over een bedrag van maximaal € 45.000. Vanaf 1 januari 2026 geldt voor nieuwe elektrische auto’s van de zaak een bijtelling van 22%. Voor auto’s op waterstof geldt de verlaagde bijtelling voor de gehele catalogusprijs.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 19-09-2019